Volledig scherm
Wensley Garden (rechts, vroeger Wensley Ton) op de voetbalboot tijdens de Gay Parade in Amsterdam. © ANP

Oud-voetbalprof: 'Acht uur per dag deed ik alsof ik heteroseksueel was'

Wensley Garden vaart vandaag mee op de voetbalboot bij botenparade van de Gay Pride in Amsterdam. De voormalig speler van Helmond Sport was in 1997 de eerste speler in het Nederlandse profvoetbal die openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam. AD Sportwereld interviewde hem destijds als eerste. Reden om het verhaal in zijn geheel nog eens uit het archief te plukken.

Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© epa
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© epa

'Acht uur per dag deed ik alsof'
Oud-profvoetballer Wensley Ton over zijn homoseksualiteit

Door Bert van der Linden
Homoseksualiteit is in de maatschappij al lang en breed geaccepteerd maar in de voetbalwereld nog altijd een taboe. Wensley Ton, een 24-jarige ex-speler van Helmond Sport, treedt als eerste profvoetballer naar buiten en doorbreekt het stilzwijgen. 'Ik hoop dat het thema nu bespreekbaar wordt in de voetballerij.'

'Op mijn zeventiende ontdekte ik dat ik anders was. Het was allemaal heel verwarrend en raar, want in dezelfde periode tekende ik ook een profcontract bij Helmond Sport. Ik stapte ineens twee nieuwe werelden binnen. En beide waren niet bepaald gangbaar. Voetbal mag dan een jungle worden genoemd, de gay-scene is dat zeker ook. Het was behoorlijk moeilijk. Zeker als je weet dat ik ook nog zwart ben en uit een beschermd dorpje als Geldrop kom.

In het begin wist ik niet hoe ik met mijn geaardheid moest omgaan. Ik wist zelf niet eens wie ik was, laat staan dat ik daar met anderen over kon praten. En al zeker niet in de kleedkamer.

De voetballerij is een hetero-wereld. Machogedrag en vrouwen voeren er de boventoon. Zodra voetballers bij elkaar zijn, wordt het plat en gaat het over vrouwen en wippen. Als jonge jongen voelde ik me daar onzeker bij. Daarom wilde ik niet dat mijn medespelers het te weten zouden komen. Acht uur per dag deed ik alsof. Ik kon niet anders. Ik wilde niet het onderwerp van grappen worden, want je trekt als voetballers zoveel met elkaar op. Ik zag mijn medespelers vaker naakt dan mijn vrienden.

Natuurlijk keek ik onder de douche naar hun lichamen, hoe klein of groot ze geschapen waren. Dat doet iedereen. Dus ik ook, maar het had absoluut niets met seks te maken. Ik heb nooit een medespeler willen checken. Misschien had ik daar wel met zo'n paal moeten rondlopen. Dan was 't meteen duidelijk geweest, maar zo was het niet.

Gek genoeg zijn voetballers best wel lijvig ingesteld. Onder de douche kwam het regelmatig voor dat spelers elkaar in het kruis pakten. Voetbalhumor. En in het grote bad voelde je vaak voeten en benen van anderen over je heen. Zelf probeerde ik me daar afzijdig van te houden. Ik had het gevoel dat ze dan zouden denken dat ik die jongen zou willen bespringen.

Ik leefde in die tijd in twee werelden; werk was voor mij het voetbal en in mijn vrije tijd stond ik te swingen in de iT. In dat opzicht keken mijn medespelers tegen me op. Zij kwamen zelf vaak niet verder dan Helmond, Deurne of Eindhoven. Ik viel goed in de groep, maar ik geloof wel dat spelers soms iets aan mij merkten, al wisten ze waarschijnlijk niet wàt. Ze hebben het in ieder geval nooit kenbaar gemaakt. Ik ben namelijk geen standaard-nicht, van die vrouwelijke types die ook wel relnicht worden genoemd.

Wel viel het collega's op dat ik nooit een meisje had. Ook schepte ik nooit op over avonturen die ik met meisjes had beleefd. Als daarover werd gepraat, lulde ik gewoon mee. Dat lukte aardig, want ik ben goed gebekt en zeker niet wereldvreemd. Ik weet best wanneer een vrouw mooi is, ook al val ik op mannen. Op het moment dat er teveel argwaan ontstond, heb ik iedereen om de tuin geleid. Ik besloot te gaan stappen met mijn medespelers. Dat deed ik anders bijna nooit. Toen heb ik het met een meisje gedaan. Het was een leuk en lief meisje, met wie ik heel goed kon praten. Maar achteraf had ik er behoorlijk spijt van. Ik deed het alleen maar om erbij te horen. Fout natuurlijk, want het druiste totaal tegen mijn gevoel in.

Pas in mijn laatste seizoen bij Helmond Sport vroeg een speler naar mijn geaardheid. We zaten achterin de bus te kaarten en ineens zei hij: Ik zie jou nooit met een meisje, ben je homo of zo? Ik wist me amper een houding te geven. Ik heb ontkend noch bevestigd. Ik zei nog wel zoiets van: Zou je het erg vinden als het zo was? Met gebogen hoofd ben ik afgedropen. Het was een zeer confronterend moment.

Acheraf was het een gemiste kans. Ik had gewoon ja moeten zeggen. Op dat ogenblik speelde ik al drie jaar bij Helmond Sport en was mijn zelfvertrouwen gegroeid. Ik weet bijna zeker dat mijn medespelers het hadden geaccepteerd. Het was toen gewoon het goede moment, zo besef ik achteraf. Helaas, ik kan het niet meer rechtzetten. Ik ben overtuigd dat er meer homo's rondlopen in de voetballerij en dat die niet echt ongelukkig zijn. Namen? Ik ken er eentje. Zijn naam geef ik niet. Dat moet hij zelf maar vertellen. Wat ik wel weet is dat hij nu samenwoont en een kind heeft. Jammer. Je hoeft jezelf niet voor de gek houden.

Ik ben drie jaar geleden, toen mijn contract afliep, gestopt met profvoetbal omdat ik was afgeknapt op het wereldje, niet wegens mijn geaardheid. Ik was dat ellebogenwerk helemaal beu. Ajax voor de beker, toen we met 7-1 verloren en ik het enige doelpunt maakte, was mijn laatste officiële wedstrijd. Ik zou best weer willen voetballen. Ik zou dan zeker niet meer moeilijk doen over mijn geaardheid. Daar is toch niets mis mee? Ik hoop dat het thema nu bespreekbaar wordt in de voetballerij.

De KNVB faalt in dat opzicht. Voetbal is een afspiegeling van de maatschappij, maar dat blijkt niet uit het beleid van de bond. Ze moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Homo's zijn normale mensen.'

Dit verhaal verscheen op 25 februari 1997 in het Algemeen Dagblad.