Volledig scherm
Santiago Arias © Van de Meulenhof / René Manders

Santiago Arias: Als ik een gat zie, dan ben ik vertrokken

Jetro Willems kijkt eens goed en begint dan te grinniken. Santiago Arias is aan de beurt. Hij moet een glimlach opzetten en ondertussen geeft een fotograaf hem verschillende aanwijzingen. De rechtsback haalt er zelf zijn schouders over op. Arias, die krijg je dus niet meer gek. 

Hij is inmiddels 25 jaar oud en weet hoe het werkt in de voetballerij. De kleedkamerhumor, de media; je krijgt het er allemaal gratis bij. Na een periode van acclimatiseren in Nederland is Arias al lange tijd de vaste man op de vleugel. Arias, die meer dan honderd eredivisieduels speelde voor PSV, lijkt inmiddels bezig aan zijn laatste wedstrijden in Eindhoven. ,,Ik ben ook wel toe aan een volgende stap in mijn carrière.”

Het is een teleurstellend jaar geworden voor jullie. Waaraan lag dat volgens jou?

,,Ik denk dat Ajax en Feyenoord een gelijkwaardige selectie hebben. Maar we hebben het gewoon laten liggen in de eerste seizoenshelft. We gingen toch iets te relaxed naar de clubs in het rechterrijtje toe, toch een soort van gemakzucht. Daarbij hebben we te weinig gescoord. Er is nog altijd een kleine kans op succes. Vorig jaar werd het ook pas op de laatste speeldag beslist.”

Je bent een veel opkomende back. Zeker na het vertrek van Narsingh ben je nog een beetje meer buitenspeler geworden. Zat dat al in je?

,,Zeker! Als kind moest ik helemaal niks van verdedigen hebben. Ik was altijd een aanvaller. Op mijn vijftiende zei mijn trainer tegen me: ‘Je kunt beter verdediger worden, anders red je het niet’. Een doelpunt maken; dat betekent nog steeds alles voor me. Een doelpunt kun je opdragen aan je vriendin of je familie. Dat lukt niet met een verdedigende actie. Vandaar die drang naar het doel. Als ik een gat zie, dan ben ik vertrokken. Maar ik ben natuurlijk allereerst verdediger. Ik heb er geen hekel meer aan zoals vroeger.”

Er is vrijwel nooit gedoe rondom Santiago Arias. Je zoekt de aandacht ook niet op.

,,Ik ben een introverte jongen, houd ervan om thuis te zitten. Ik woon samen met mijn vrouw in Best en daar gebeurt natuurlijk ook niet zoveel. Ik heb ook nog twee honden, Milou en Pippo. Die laatste is vernoemd naar Inzaghi. Andrés, Hectór, Gáston en ik trekken wel veel met elkaar op. Dan eten en praten we samen, met de vrouwen en kinderen erbij. Het is fijn om niet de enige latino te zijn, dat was ik eerst wel bij PSV. Zelf heb ik nog geen kinderen, hoewel ik Gáston wel als een soort kind beschouw. Ha! Hij wil altijd de deur uit. Niet het nachtleven in, maar hij móet op pad. Tegenwoordig gaan we daarom met zijn tweeën bowlen of midget-golfen. We worden er beter in.”

Je bent opgegroeid in Medellín. Drugsproblematiek en Pablo Escobar hebben ervoor gezorgd dat de stad en Colombia een slecht imago hebben.

,,Het stoort me niet dat mensen meteen die link liggen, al is het wel erg spijtig. We mogen de ogen niet sluiten voor de geschiedenis. Inmiddels is de stad ook gewoon veilig. In Medellín wonen erg warme en behulpzame mensen, ik ben er trots op dat ik daar vandaan kom. In de hoofdstad Bogota zijn ze weer wat meer afstandelijk. Toch, Colombia is niet te vergelijken met Nederland. Ik kan hier rustig over straat. Als ik weer in Medellín ben en ik word herkend, dan beginnen er jochies te zingen of te huilen. Soms is er dan echt totale gekte op straat.”

Je ‘staat basis’ bij PSV. Het WK in 2018 komt eraan. Wat zijn je plannen deze zomer?

,,Ik heb nog een contract tot 2019 bij PSV, maar ik ben wel toe aan een volgende stap. In de zomer hoop ik dat er zo snel mogelijk duidelijkheid is. Mijn zaakwaarnemer weet ik dat ik naar Duitsland, Engeland of Spanje wil en is daarmee bezig. Na vier seizoenen in Eindhoven voelt het als een einde van een cyclus. Net als andere latino’s die PSV speelden, wil ik na een aantal jaar Nederland ook weer verder. Maar het is belangrijk dat er voldoende perspectief op speeltijd is. Dan maar naar een wat kleinere club. Als er niks komt, dan blijf ik met alle liefde hier. Sta ik inmiddels al op meer dan honderd duels voor PSV? Dat is niet gek, toch?” 

Volledig scherm
Santiago Arias © Van de Meulenhof / René Manders