Schattige schele Olli als uithangbord van Feyenoord: het is een wonder

Volledig scherm
Sjoerd Mossou. © AD
 
Voor de wedstrijd tegen FC Utrecht hield Vak S - geen tribunevak voor zachte zielen - een enorme knuffelolifant de lucht in, die lief en dromerig uit zijn kraaloogjes keek. Alsof een bende Hells Angels heel trots met Winnie de Poeh stond te pronken.

Het was erg koud voor de tijd van het jaar, maar er stonden duizenden mensen in de rij voor een kassa netjes op hun beurt te wachten. De mensen kwamen een knuffelbeest kopen. Een loensend, pluizig olifantje, dat 'Olli' heet.

Het is een nogal wonderlijk verhaal. Feyenoord speelt tegenwoordig met 'Blijdorp' op het shirt, de noodlijdende dierentuin van iets verderop in de stad. Een slimme, sympathieke geste van ASR, de echte hoofdsponsor, die ruimhartig plaats besloot te maken. 'Cause related marketing' heet dat, in vakjargon.

Speciaal voor de gelegenheid werd een reclamefilmpje gemaakt dat u vermoedelijk heeft gezien. Olli speelt de belangrijkste bijrol, als de lievelingsknuffel van Giovanni van Bronckhorst. Mocht u zojuist uit een ei zijn gekropen, dan adviseer ik u het filmpje nog even op YouTube te bekijken.

Enfin, Olli werd een megahit. Een regelrechte hype. Niet alleen stonden er duizenden kleumende mensen in de rij om de knuffelolifant te kopen, voor twintig euro, het beest werd door de harde kern van Feyenoord op een reusachtig spandoek geschilderd.

Voor de wedstrijd tegen FC Utrecht hield Vak S - geen tribunevak voor zachte zielen - een enorme knuffelolifant de lucht in, die lief en dromerig uit zijn kraaloogjes keek. Alsof een bende Hells Angels heel trots met Winnie de Poeh stond te pronken.

Het is nu anderhalf jaar geleden dat de pleuris uitbrak bij het Maasgebouw, kort voor een wedstrijd tegen De Graafschap. Zo van God los bleek een groepje malloten, dat een agent in paniek zijn dienstpistool trok, terwijl talloze bezoekers de trappen op vluchtten. Een angstaanjagende avond was het.

De rellen vormden de climax in een periode van grote onvrede bij de Feyenoord-aanhang, zwaar gefrustreerd over alle ellende in de jaren ervoor. Aan de escalatie ging een protestmars vooraf, compleet met een doodskist, metaforisch bedoeld voor het falende bestuur. De demonstratie op zichzelf was niet meteen gewelddadig, maar wel erg vijandig en grimmig.

(Vermoedelijk was het de slechtst getimede protestactie uit de moderne geschiedenis. De rellen sloegen in één klap al het draagvlak weg onder het supportersverzet, versterkt door de wederopstanding van de club in sportieve én financiële zin. Niet de boze supporters verwierven brede steun, maar juist de clubleiding).

En nu is daar Olli. Een knuffelbeest. Op handen gedragen bij een club met een - van oudsher - nogal kleine aaibaarheidsfactor. Het kan aan mij liggen, maar als er in Nederland één club is die je niet met schattige knuffelolifantjes associeert, dan is het Feyenoord wel. De club van arbeiders en ontblote onderarmen. Van woeste havenkoppen, geteisterd door weer en wind en zure regen.

Er is veel ongelooflijk aan de huidige staat van Feyenoord. Ongeacht de uitkomst van deze titelrace verschijnt er een dik Feyenoord-boek over het huidige seizoen, dat 'De Doorbraak' gaat heten. Een typisch gevalletje van de goden verzoeken, zult u denken, maar een 'doorbraak' kun je dit seizoen met goed fatsoen wel noemen.

Feyenoord werd een knuffelclub, met schattige schele Olli als uithangbord, nog geen achttien maanden na de schande van het Maasgebouw. Als dat geen doorbraak is, dan is het op zijn minst een soort wonder.