Volledig scherm
© AP

Wat die gekken ons ook wijs willen maken: voetbal verbindt

Quote

In al mijn naïviteit heb ik lang gedacht dat voetbal een soort neutrale zone was.

Toen het nieuws uit Hannover doordrong gisteravond, moest ik aan die foto van vrijdagavond denken, van al die mensen op het veld van het Stade de France in Parijs. Als je niet beter weet, zou je even denken dat hier een feestje wordt gevierd. Dat zich hier gewoon een blije, ouderwetse, onbezorgde pitch invasion voltrekt.

Zelfs nu heeft de foto nog even dat verwarrende effect, in een flits. Mensen op een voetbalveld, duidelijk geen hooligans, je hebt heel even de neiging er vrolijk van te worden.

Pas als je wat beter kijkt, zie je dat de tribunes vrijwel compleet zijn verlaten. Niemand juicht, danst, vecht, rent of is noemenswaardig in beweging. Zo ziet een staat van shock eruit in een voetbalstadion, blijkbaar. Er is geen blinde paniek, gelukkig.

Wel angst en ontreddering.

Zodra je de context erbij denkt, en dat doe je inmiddels in een tiende van een seconde, zeker sinds gisteravond, schuilt er veel symboliek in de foto. De mensen zijn het veld op gevlucht, want een voetbalveld is veilig.

Althans: aan die illusie klampen ze zich vast.

Ik zou hetzelfde hebben gedaan, denk ik, voor zover je zoiets denken kunt. Een voetbalveld is een speelveld van vrijheid. Het is vaak onbeschut, maar als je erop loopt, stap je voor even een andere wereld binnen. Eentje van ontspanning. Van kop in de wind. Van de boel de boel en kom maar op met die bal.

In al mijn naïviteit heb ik lang gedacht dat voetbal een soort neutrale zone was. ,,Veel meer nog dan muziek of film, schenkt voetbal vreugde aan een volk dat lijdt,'' zei George Weah ooit.

Hij kon dat weten, want Weah komt uit Liberia, en toen hij zei wat hij zei, woedde er in dat land een verschrikkelijke burgeroorlog. Zodra het nationale voetbalelftal speelde, stopten de gevechten onmiddellijk.

Er zijn veel meer van dat soort opbeurende voetbalverhalen, uit Irak en Afghanistan, uit Mozambique en Sierra Leone. Foto's van onbezorgd voetballende jongetjes, met soldaten langs de lijn, de geweren onaangeroerd op hun rug.

Of beelden van een vrolijke optocht door de stad, kort na een voetbalsucces van Ivoorkust. Of de mythische anekdote over de Kerstvrede van 1914, toen Duitse en Engelse soldaten een lekker potje gingen voetballen, tussen de loopgraven.

Soms waren de verhalen te mooi om waar te zijn - en was de werkelijkheid veel weerbarstiger. In 2010 werd de spelersbus van Togo al aangevallen en beschoten, onderweg naar Angola, waar de Afrika Cup werd gespeeld.

Datzelfde jaar voorspelden tal van terrorisme-experts al dat het WK in Zuid-Afrika groot gevaar liep. Misschien is het slechts een wonder dat er nooit een grote aanslag is gepleegd op een volle voetbaltribune.

Die verschrikkelijke ellende in Parijs; bovenal was het een aanslag op onze vrije, geciviliseerde samenleving, maar het was óók een aanslag op onze muziek, onze vrije tijd en ons voetbal. Op de dingen die we leuk vinden. Op de dingen waar we ons vrij bij voelen. Die ons gelukkig of vrolijk maken.

Voetbal is niet immuun voor haat en gevaar, weten we nu voorgoed. Dat is ongelooflijk beangstigend, maar tegelijk is het een reden om de sport nog iets inniger te omarmen. Want wat die gekken ons ook wijs willen maken: voetbal verbindt mensen.

Het slaat bruggen. Het brengt ons dichter bij andere culturen, andere mensen en andere landen, meer dan welke sociaal-culturele bezigheid dan ook.

Als Sepp Blatter zoiets zegt, breekt spontaan het glazuur op je tanden, dus ik wil het hier vooral niet te zoet maken, of te zwaarwichtig en te sentimenteel. Bovendien: in directe zin lost het allemaal weinig op natuurlijk.

Maar toch. Het is zo.