Volledig scherm
PREMIUM
© Joost Hoving

De door de crisis getroffen bibliotheken

ColumnMarjan Berk schrijft wekelijks over wat haar bezighoudt.

Quote

Terwijl ik dit enthousias­te verhaal aanhoorde, dacht ik: wie int dan het leengeld, het geld van de auteurs?

Uitgerekend op de dag dat Kees Holierhoek, voorzitter van de auteursrechtenorganisatie LIRA, na dertig jaar afscheid nam van zijn stralende periode - waarin hij de rechten van schrijvers met grote inzet heeft verdedigd en waarvoor hij is gelauwerd met verschillende prijzen - verschijnt daar op mijn laptop een buitengewoon verontrustend mailtje.

Ik had zo'n twee jaar geleden al nattigheid gevoeld, toen ik een aantal korte lezingen hield tijdens een tocht langs verschillende scholen, waarbij men trots liet zien dat de door de crisis getroffen bibliotheken waren uitgeweken naar inpandige bibliotheken op scholen. Het leek het ei van Columbus. Niemand hoefde te lijden onder de gesloten bieb, de school van de kinderen voorzag in de leeshonger van...? Ja... van iedereen.

Maar terwijl ik dit enthousiaste verhaal aanhoorde, dacht ik: wie int dan het leengeld, het geld van de auteurs? Nu is de service van de bibliotheken altijd bescheiden en betaalbaar geweest, maar hier dreigde in mijn optiek een onaangenaam gat waarvoor nog geen oplossing was bedacht. De nog net niet bloedige strijd die jarenlang was gevoerd om tot een redelijke vergoeding te komen voor schrijvers, vertalers, journalisten, columnisten, scenario- en  educatieve schrijvers, waarbij veel bevredigende resultaten waren behaald, leek plotseling in 'guur weer' te raken. 

In eerste instantie leek het 'scholenmodel' voor veel bibliotheken een geschenk uit de hemel in een tijd dat ze vreselijk moesten bezuinigen. Maar zo werd ook de helft van de uitleningen (een half miljoen) niet meer opgegeven voor leenrecht. Volgens eigen onderzoek van Stichting Leenrecht bleek het te gaan om 20 MILJOEN uitleningen via schoolbibliotheken! Deze uitleningen komen om verschillende redenen niet bij Leenrecht terecht: ze worden niet opgegeven of de uitleningen  worden niet geregistreerd op de school.   

Conclusie van Stichting Leenrecht: zo wordt het stelsel uitgehold. We kregen het ministerie van OCW begin 2016 zo ver dat het een onafhankelijk onderzoek ging uitvoeren. Jammer genoeg waren de eerste resultaten van het onderzoeksbureau dit najaar teleurstellend. Uit alles blijkt dat men het probleem niet zo serieus neemt. We worden hierdoor benadeeld. Het leenrecht is geen fooi: het is voor veel schrijvers een structureel deel van hun inkomen. Iedereen gaat er maar vanuit dat door de ontlezing en de wegbezuinigde bibliotheken de inkomsten dalen, maar dat verklaart niet de daling die we nu zien. Want het is nog steeds hetzelfde boek van dezelfde schrijver dat door hetzelfde kind wordt gelezen. Waarom dan ineens geen vergoeding als het op een andere plek wordt uitgeleend?   

Niemand kan het zo helder verwoorden als onze grote dichteres Judith Herzberg: De gulle schrijver. Talent is niet iets dat je hebt maar dat je bent.

Ik deel me dan ook graag en gratis uit zoals de fabrikant van dit papier (hij fabriceert voor zijn plezier) dat ook graag gratis levert. En dan voldaan terugdenkt aan het gulle menslievende bestaan waarmee zijn dagtaak is vervuld. De noodzaak van het vullen van de maag komt daarbij niet ter sprake. Daar denkt echt niemand aan; dat zou op zelfverrijking lijken! De zetter zet, dat spreekt vanzelf voor zijn plezier, geen geld o nee! De huur van zijn bedrijf, het licht, zijn stoel, dat krijgt hij allemaal cadeau.

Geld? Nee! Hoezo?