Een reconstructie van de politie-inval in Bataclan

VideoOm 22.15 uur viel de politie vrijdag de Bataclan binnen, waar zich net een bloedbad had voltrokken. De speciale eenheden wandelden de hel binnen, want overal lagen lichamen, de locatie was extreem ingewikkeld en het was er helemaal donker. Het Franse nieuwskanaal BFMTV analyseerde de inval.

Wanneer de agenten de concertzaal binnenvallen, botsen ze op veel slachtoffers, maar van de terroristen is geen spoor. Er worden ook geen schoten gelost.

Twee terroristen bevinden zich op de eerste verdieping in een technisch lokaal met een twintigtal gijzelaars. De agenten doorzoeken het gebouw grondig en gaan langzaam de trappen op naar de eerste verdieping. Er is geen licht en het oude gebouw zit ingewikkeld in elkaar: kleine gangetjes, inhammen en veel trappen. Bovendien is de vloer bezaaid met doden en gewonden.

De agenten bereiken uiteindelijk de deur van de technische ruimte waarachter beide terroristen zich met de gijzelaars schuilhouden. Om 23.15 uur leggen de terroristen het eerste contact met de agenten. ,,We hebben explosieven. We laten alles ontploffen", roepen ze van achter de deur. De situatie zit volledig geblokkeerd.

Vuurgevecht

Volledig scherm
Het schild waarmee de agenten de technische ruimte binnenvielen © Reddit

Ook na vijf telefoontjes tussen een onderhandelaar en de terroristen, komt er geen schot in de zaak. Om 0.20 uur krijgen de agenten het bevel om aan te vallen: drie minuten lang zijn de agenten en de terroristen verwikkeld in een vuurgevecht. ,,De mannen waren uitzonderlijk gewelddadig", vertelt Michel Cadot, hoofd van de Parijse politie. Een foto van het schild van de agenten getuigt van het extreme geweld dat de terroristen hebben gebruikt. Het schild ving een dertigtal kogels op.

Uiteindelijk schieten de agenten een van de terroristen neer, waarna de tweede terrorist zijn bommengordel laat ontploffen. Een agent raakt gewond aan zijn hand, maar de gijzelaars kunnen, na een nachtmerrie van drie uur, allemaal bevrijd worden.

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement