Volledig scherm
PREMIUM
Schrijver Henk van Straten heeft een beeld van Baphomet, en verder onder meer een masker van de duivel, Shiva, Ganesha en een demon op zijn huisaltaar staan. © Joost Hoving

En toen werd het tijd voor een altaar in huis

Bij het beeld van Baphomet ervaart Henk van Straten ‘een soort troost’. Anderen richten hun huisaltaartje in voor prettige energie, of om dichter bij God te komen.

Volledig scherm
© Joost Hoving

Op mijn schouw staat een wezen met een mannenlichaam, die niettemin borsten heeft en daarbij het hoofd - of misschien moet ik zeggen de kop - van een geit. Ook heeft hij vleugels, en hij zit in een soort serene lotushouding, net als de Boeddha. Op zijn voorhoofd staat een pentagram. Zijn naam is Baphomet. En ik hou van hem. (Of haar.)

‘Maar dat is toch een satanisch figuur?’ vroeg de redactie van dit magazine me bezorgd, want dat was niet echt wat ze zochten. Liever wat minder grimmig, niet zo eng.

Maar Baphomet is niet eng. Of nou ja, Baphomet is niet eng als je openstaat voor onze dierlijke aard, voor de aanwezigheid in ons van zowel kwaad als goed, zowel rede als drift, zowel man als vrouw, zowel god als beest, zowel donker als licht. Baphomet is alleen eng als je het donkere, het dierlijke, het kosmische en het mystieke ziet als iets fouts, iets wat er niet mag zijn en er niet bijhoort. Als iets wat gevaarlijk is. Ja, dan is Baphomet een bedreiging, dan rammelt hij aan je ordelijke wereldbeeld.

Op de vraag van de redactie wilde ik geen ja zeggen, want dan had ik misschien dit stuk niet mogen schrijven en daar had ik nu juist zo’n zin in. Dus antwoordde ik: ‘Een occult figuur, dat zeker, maar niet satanisch, en gewoon hartstikke sympathiek’.

De waarheid, echter, is ingewikkelder. Er is namelijk niet één waarheid omtrent Baphomet. Zijn verhaal is - zeer toepasselijk - in nevelen gehuld, het resultaat van mythevorming en folklore. Zo wordt gezegd dat een hele zwik Franse tempeliers in het jaar 1307 van ketterij is beschuldigd en ter dood is veroordeeld vanwege hun aanbidding van Baphomet. Er zijn historici die beweren dat hun doodstraf inderdaad te maken had met hun aanbidding van een heidense afgod (ook zouden ze op een crucifix hebben gespuugd). Het was Filips IV van Frankrijk die het bevel gaf, maar, zo zeggen de historici, het is goed mogelijk dat deze koning de kruisvaarders als bedreiging zag en toch al van hen af wilde, en dat hij die beschuldiging van ketterij er dus maar met de haren bij sleepte.