Volledig scherm
Pam van der Veen viert in Griekenland in 1987. © RV

Geen haar beter dan je eigen puber

op vakantieEn dan breekt de dag aan dat je puber zelf op vakantie gaat naar Chersonissos of elk ander verderfelijk oord. ‘Eet je wel fruit?’ roep je nog. ‘Drink je niet te veel?’ Heb je wel recht van spreken als je vroeger geen haar beter was?

‘Ik ga naar Sziget, met een groep vrienden”, kondigt mijn zoon aan. Het is zomer 2016. Mijn hart slaat over. Sziget, een zevendaags festival in Boedapest. Een half miljoen bezoekers. Allemaal jongeren zonder toezicht, omringd door biertenten, cocktailbars en, ondanks het strenge antidrugsbeleid, vast ook de nodige poeders, pillen en paddo’s.

Natuurlijk vind ik het superleuk voor hem: een week lang muziek, dansen, mensen ontmoeten en avonturen beleven. Maar hem voor het eerst loslaten op grotemensenvakantie, in het duistere Hongarije nog wel, dat is toch slikken.
 

,,Hongarije is niet duister, hoor”, zegt een kennis, een Oost-Europadeskundige, maar veel helpt dat niet. Is het niet een van die landen waar nog wilde beren leven? Die alleen Hollandse 17-jarigen lusten? Wat als hij een delirium krijgt? Of heimwee? Of fout gaat op Hongaarse harddrugs?

Om mezelf gerust te stellen, doe ik een halfslachtige poging tot ‘drugsuele voorlichting’. Op de vingers van één hand tel ik af: ,,Neem geen GHB. Geen ketamine. Geen cocaïne. Geen speed. En niets waarvan je niet weet wat het is.” Mijn zoon reageert gevat: ,,O, en al het andere is oké? Een pilletje ecstasy?” Geamuseerd kijkt hij me aan. ,,Heb jij weleens ecstasy gebruikt, mam?”

Pupillen

Hoewel ik wist dat die vraag ooit zou komen, brengt die me toch in verlegenheid. Wat moet ik zeggen? ‘Ja, maar ik heb niet geïnhaleerd?’ Of: ‘Je moeder was 20 jaar toen het housetijdperk begon, ze stond elk weekend op de dansvloer waar mensen met pupillen zo groot als als zwarte knikkers haar knuffelden, maar zelf heeft ze nooit een pilletje geslikt’.

Mijn puber is niet op zijn achterhoofd gevallen. Liegen is geen optie, maar de waarheid lijkt ook niet opvoedkundig: ‘Je moeder maakte het vroeger bont en heeft daar verrassend weinig spijt van’.

Veel ouders worstelen met de experimenteerdrang van hun pubers. Wat als ze straalbezopen van hun fiets vallen, buiten westen raken, een doodenge drug nemen? Je wilt ze 
behoeden, waarschuwen en het liefst van alles verbieden, al heeft dat geen zin. Je hebt er een extra probleem bij als je vroeger net zo erg was. Of erger. Welk recht van spreken heb je dan?

Volledig scherm
Zoon Stach Platenkamp (links). © RV

,,Lastig”, vindt Pieter (47), vader van twee puberdochters. ,,Ik heb vroeger alles gedaan wat god heeft verboden. Als ik mijn kinderen regels opleg, voel ik me soms hypocriet. De oudste gaat de hele zomer naar Mallorca en ik probeer haar het een en ander mee te geven. Dat je laks en chagarijnig wordt als je te veel drinkt. Zij kaatst de bal terug: ‘Was jij nooit dronken toen je jong was?’ Dan leg ik uit dat het een andere tijd was, dat we nu beter weten wat de schadelijke gevolgen van alcohol zijn. De wetgeving is niet voor niets aangepast.”

Puberexpert Marina van der Wal is er duidelijk over: ,,Al heb je je nog zo misdragen in je jeugd, dan nog is het je ouderlijke taak om te zeggen dat drank en drugs slecht voor je zijn. Het gaat er niet om of je het recht hebt hem te begrenzen: je hebt de plicht om dat te doen. Wat centraal staat, is de ontwikkeling van je kind.”
Je zoon of dochter moet oefenen met grensoverschrijdend gedrag, maar dat kan alleen als daar consequenties aan zijn verbonden. Ouders stellen regels, pubers breken die en leren ervan als ze op hun bek gaan, dat is het spel.

Toch is het belangrijk om de spanningsbehoefte van pubers te blijven erkennen, zegt ontwikkelingspsycholoog Barbara Braams. Ze onderzoekt risicogedrag bij jongeren en schreef het boek Het riskante brein, dat in september verschijnt.

Quote

Op de vingers van één hand tel ik af: neem geen GHB, ketamine, cocaïne

Pam van der Veen

,,Pubers hebben nu eenmaal de neiging het gevaar op te zoeken. Uit MRI’s blijkt dat het beloningscentrum in hun hersenen wordt geactiveerd door risico’s te nemen. Als een jongere door oranje rijdt terwijl er iemand kijkt, licht dat deel in zijn brein op. Mits de toeschouwer wel een leeftijdsgenoot is.”

Dus dan maar met je kind mee naar Chersonissos, om hem en zijn onrijpe brein uit de problemen te houden? Dat moet je niet willen, zegt Braams. Dat pubers risico’s nemen, heeft een functie. ,,Ze moeten leren omgaan met wat ze in hun omgeving aantreffen. Alleen met vallen en opstaan worden ze zelfstandig. Daarom is het ook goed om een keertje dronken te worden en een kater te krijgen. Door ervaring groeit hun brein.”

Braams vergelijkt het met het jonge ratje dat op een dag alleen het open veld over moet. Heel eng met al die adelaars in de lucht. ,,De fase van adolescentie vraagt lef. Die neiging tot risico’s nemen heeft evolutionair nut. Je móét eropuit, anders blijf je de rest van je leven thuis wonen.”

Volledig scherm
Pam van der Veen (rechts met blond haar) na een hele nacht niet slapen in 1986. © RV

Tot zo ver de theorie. Een ondernemende, brutale, ongehoorzame puber is dus een gezonde puber en experimenteren met geestverruimende middelen hoort erbij. Maar wat doe je als bezorgde ouder met een wilde jeugd achter de rug? Is het verstandig je ervaringen te delen?

,,De meeste kinderen zitten daar niet op te wachten”, zegt Van der Wal. ,,Voor hen is dat ‘oma vertelt’. Ouders en drugs, dat is net zoiets als je ouders en seks. Gênant.”

Partydrug

Tips kunnen geen kwaad, vindt Van der Wal, maar het is vooral zaak om je puber zélf aan het denken te zetten. Dus niet vertellen wat jij vroeger deed als je over je nek moest, maar aan je kind vragen hoe hij in bepaalde situaties zou reageren.
,,Wat doe je als je een partydrug als GHB hebt binnengekregen? Als een vriend een fout pilletje heeft geslikt? Als er op vakantie iets misgaat? Heb je dan het nummer van de ambulance? Blijft er iemand nuchter? En hoe oud is dat leuke meisje dat dronken om je nek hangt? Stel me gerust, is in feite wat je ze vraagt. Dat jij zelf in je studententijd met open mond onder de tap lag, doet niet ter zake.”

Toch blijft het een dilemma. Is het wel of niet geruststellend dat ik vroeger een ramp was? Enerzijds wel: ik ben best aardig terechtgekomen. Aan de andere kant: ik heb met eigen ogen gezien wat er kan misgaan. Beide kanten probeer ik over te brengen op mijn zoon, met enige nadruk op de slechte. Zoals Pieter zegt: ,,Al was ik vroeger geen haar beter, het is mijn verantwoordelijkheid om mijn dochters het verschil tussen goed en fout bij te brengen.”

Op de vraag van mijn puber naar mijn ecstasygebruik heb ik een pedagogisch gewenst antwoord gegeven. En de week Sziget is een ouderlijke beproeving geworden. Hij had nóóit zijn telefoon aan staan en beantwoordde geen enkel appje. ‘Geen bereik,’ was achteraf het excuus. Maar ze hadden het wel superleuk gehad, vooral die avond dat ze stoned met een tray bier in een boom zaten.

Deze zomer is hij twee weken naar Kreta.