Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol. © Marco Okhuizen

Het begint op te vallen dat eigenheid ver is te zoeken bij GroenLinks

ColumnÖzcan Akyol schrijft drie keer per week over wat hem bezighoudt.

Quote

Zelfs de opgestroop­te mouwen en de casual look heeft-ie regelrecht gekopieerd van Justin Trudeau – de premier van Canada

In publieke functies zijn autonomie en originaliteit belangrijke factoren. Als iemand oorspronkelijk is, zowel in zijn denken en doen, prikkelt dat de algemene opinie.

Wie dat weet, moet zich de afgelopen dagen hebben verbaasd over het optreden van Jesse Klaver bij het televisieprogramma Laat op één.

Hij hield daarin een ode aan ‘de gewone en hardwerkende Nederlander’, waarbij we moeten denken aan brandweermannen en verpleegkundigen.

Hij liet zijn televisiemonoloog bij de publieke omroep meteen na afloop door de afdeling marketing verspreiden om campagne te voeren op sociale media. De partij werd teruggefloten door KRO-NCRV. De fragmenten mochten niet worden gebruikt.

Het vreemde is dat GroenLinks en Jesse Klaver dat reclamemoment überhaupt wilden inzetten: het verhaal kwam onecht en demagogisch over. De partij wil simpelweg af van zijn grachtengordelimago, en probeert daarom een nieuw publiek aan te boren.

Maar het verkooppraatje zorgde later voor nog meer rumoer: het betoog blijkt gedeeltelijk geïnspireerd op een ode van cabaretier Vincent Bijlo. De eerste zinnen van beide lofdichten zijn zelfs identiek: ‘Dit is een ode. Aan de handen die helpen.’

Waar Bijlo het heeft over ‘ogen die kijken’ en ‘het hoofd dat altijd klaarstaat’, komt de GroenLinks-voorman met ‘de ogen die opletten’ en ‘de harten die horen’. Wat beiden doen, is constant een rustmoment inlassen met de tekst: ‘Dit is een ode’.