Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol © Marco Okhuizen

Jeanine is de belichaming van de arrogantie van de macht

ColumnÖzcan Akyol schrijft drie keer per week over wat hem bezighoudt.

Quote

Ze moest het ene brandje na het andere blussen, maar deed dat zelden op een overtuigen­de manier

Het ministerschap van Jeanine Hennis Plasschaert heb ik altijd met veel belangstelling gevolgd.

Dat komt door het televisieprogramma EenVandaag, dat zijn tanden heeft gezet in een zeer pijnlijk dossier. Er werd namelijk bij Defensie vele jaren gebruik gemaakt van de giftige chroom-6-verf, een mengsel van allerlei kankerverwekkende stoffen, die uiteindelijk aan veel medewerkers het leven heeft gekost.

Hoewel de bewijzen zich almaar bleven opstapelen, gaf onze minister geen krimp en wilde ze het ene na het andere onderzoek afwachten, vermoedelijk in de stille hoop dat de klagers vanzelf hun strijd om rechtvaardigheid zouden staken.

Iets daarna werd duidelijk dat commandotroepen jarenlang schiettrainingen kregen onder gevaarlijke omstandigheden. Een instructeur moest dat zelfs met zijn leven bekopen, doordat meerdere kogels dwars door een frame in zijn lichaam geraakten. Verdrietig en onnodig.

En vorige week werd dus duidelijk dat het Ministerie van Defensie flink heeft verzaakt tijdens de missie in Mali. Twee militairen kwamen om het leven door mortieren waarmee ze eigenlijk nooit hadden mogen werken. Die dingen waren onveilig en werden verkeerd bewaard.

Wie een balans van de afgelopen kabinetsperiode moet opmaken, met speciale aandacht voor Jeanine Hennis, zal tot de trieste conclusie komen dat ze op geen enkele wijze iets heeft kunnen betekenen voor haar departement. Ze moest het ene brandje na het andere blussen, maar deed dat zelden op een overtuigende manier.

Sterker nog: met woordvoerdersproza en een misplaatste glimlach probeerde Hennis telkens haar handen in onschuld te wassen. Pas toen de politieke en vooral maatschappelijke druk toenam, kwam ze tot inkeer en bood ze haar excuses aan voor de misstanden in Mali.

In vier jaar tijd werd Jeanine Hennis Plasschaert de belichaming van de arrogantie van de macht. Elke keer als iemand naar haar eigen rol vroeg, kotste ze holle frasen uit en zag ze geen reden om haar ministeriële verantwoordelijkheid op een waardige manier uit te dragen.

Vandaag mag Hennis in de Tweede Kamer een poging doen om haar hachje te redden. Als ze iets van zelfreflectie heeft, neemt ze die moeite niet en treedt ze gewoon af, zodat het aanzien van haar eigen partij en die van de landelijke politiek niet nog meer schade oploopt.