Klimmen en klauteren in speeltuin 2.0

bijzonder spelenDe traditionele speeltuin met wipkip en glijbaan verdwijnt langzaam uit het straatbeeld. Gemeenten zoeken naar flitsende en vooral uitdagende nieuwe speelplekken om meer kinderen naar buiten te krijgen. In de speeltuin 2.0 kunnen ze klauteren over boomstammen, kliederen met modder en zich uitleven met digitale gadgets. ‘We moeten alleen uitkijken dat er genoeg plekken overblijven voor de allerkleinsten.’

,,Mijn schoenen moeten uit!’’ De 3-jarige Nelson snelt naar de dichtstbijzijnde bank en begint driftig aan zijn veters te trekken. In deze Haagse speeltuin aan de rand van de duinen is geen tegel te bekennen. Nee, deze speelplek is één grote zandbak, met daarin allemaal houten speeltoestellen. En dat vraagt om blote voeten. ,,Oh, er is ook een kabelbaan.’’ En weg is Nelson.

Intussen liggen ook de sandaaltjes van broertje Boris (2) uitgetrapt in het zand. Hij klautert over boomstammen omhoog. Hulp heeft deze peuter niet nodig. ,,Nee, ik wil het zelf doen.’’

En dat is ook precies de bedoeling. Gemeenten maken meer bijzondere speelplekken om kinderen naar buiten te krijgen. Alles om de motoriek van de ‘zittende generatie’ te verbeteren en overgewicht tegen te gaan. Uitdaging is het codewoord. ’t Speelduin is daarvan een perfect voorbeeld, stelt Anne Koning, voorzitter van de Branchevereniging Spelen. ,,Dit is een natuurspeeltuin waar kinderen met zand kunnen spelen en op boomstammen en rotsen kunnen klimmen.’’

Volledig scherm
Nelson (links) en Boris willen niet meer naar huis als ze eenmaal in natuurspeeltuin 't Speelduin in Den Haag hun gang gaan. © Frank Jansen

Hout en zand

De natuurspeeltuinen zijn in trek. Bij de aanleg van nieuwe wijken zetten gemeenten vaker speelplaatsen neer die van natuurlijke materialen, zoals hout en zand, zijn gemaakt. Alles om kinderen naar buiten te krijgen. ,,Er is enorme concurrentie van mooi binnenspeelgoed en de agenda’s van kinderen worden voller. Tegelijkertijd worden ze wel heel blij van buitenspelen,’’ aldus Pauline van der Loo van Jantje Beton.

Hoe uitdagender, hoe sneller ze geneigd zijn dat mooie binnenspeelgoed te laten voor wat het is. De traditionele speeltuin is niet meer genoeg. ,,Neem een duikelstang. Na vijf keer duikelen zijn kinderen er klaar mee. Met een gevarieerder aanbod is de interesse groter. Het is echt knokken om kinderen in beweging te krijgen’’, verklaart Jaap Verkroost, voorzitter van Child Friendly Cities. De wipkippen, glijbanen en duikelrekken zullen blijven bestaan. Maar daar omheen proberen gemeenten nieuwe toestellen uit.

Quote

Het is knokken om kinderen in beweging te krijgen

Jaap Verkroost, voorzitter Child Friendly Cities

In Amsterdam zijn al op negen plekken interactieve speeltoestellen te vinden, zoals digitale voetbalgoaltjes en een spel met palen die vragen stellen of opdrachten geven. Kinderen moeten dan naar de juiste paal rennen om het goede antwoord in te toetsen. ,,Een vraag is bijvoorbeeld: tik zo snel mogelijk een kleur aan. Kinderen worden daar zo enthousiast van,’’ weet Hellen Velders, adviseur sport in de openbare ruimte. Bijkomend voordeel is dat scholen die spellen óók kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor het aanleren van de rekentafels. Maar gaan die toestellen niet snel kapot als iedereen er bij kan? Nee, zegt Velders, ze zijn hufterproof.

Freerunnen

Ook sportieve speelplaatsen duiken vaker op in het straatbeeld. Freerunnen en bootcampen vieren bijvoorbeeld hoogtij. Met name in nieuwe wijken verschijnen hiervoor hele parcoursen.

Hoewel de Branchevereniging Spelen en Jantje Beton de vernieuwing van speelplekken toejuichen, waarschuwen ze voor een gevaar: er moeten genoeg plekken overblijven waar ook de kleintjes naartoe kunnen. Koning: ,,We willen het allebei voor de kinderen en roepen de gemeenten op genoeg speelplekken te houden.'' Gemeenten zijn nu meer geneigd grotere speelzones te maken die voor minder kinderen om de hoek zijn te vinden. Terwijl juist die traditionele speeltuinen wél voor de allerkleinsten vlakbij huis liggen. 

De steun van Child Friendly Cities hebben de speelorganisaties in ieder geval. Verkroost: ,,We roepen wel met zijn allen: ze moeten naar buiten. Maar dan moeten we dat faciliteren. En ja, dat gaat ten koste van bouwgrond die veel geld oplevert, maar wat wil je?’’

Naar de nieuwe speelplek in de Haagse duinen kunnen de broers Nelson en Boris ook niet alleen. Maar als ze er eenmaal zijn gebracht, lijkt het ultieme doel bereikt. Het antwoord van Nelson als hij nog één laatste speelplek mag kiezen voordat hij naar huis moet: ,,Ik wil eigenlijk niet naar huis.’’