Volledig scherm
Hotel d'Avaray, de ambtswoning van de Nederlandse ambassadeur in Parijs © wikimedia

Kritiek op privéfeestje minister Van der Steur in Parijs

Er is ophef ontstaan over een feestje dat minister Ard van der Steur eerder dit jaar heeft gehouden in de ambassadeurswoning in Parijs. De bewindsman gaf de partij zonder dat hij voor de locatie betaalde. De woning van de ambassadeur wordt van belastinggeld bekostigd. In Den Haag is nu de vraag ontstaan of dat wel mag: een minister die een ambassadeurswoning gebruikt voor een privéfeestje.

Van der Steur (Veiligheid en Justitie) laat in een reactie weten dat hij zelf de rekening heeft betaald voor de catering en musici die bij de bijeenkomst waren. Volgens de minster organiseert hij al sinds 2003 elk jaar een klassiek concert om donateurs te werven voor het nationaal muziekinstrumentenfonds.

In overleg met de ambassadeur in Frankrijk werd besloten om dat concert dit keer in het woonhuis van de ambassadeur te houden. Ook andere organisaties en bedrijven houden daar weleens bijeenkomsten, aldus de minister.

De Nederlandse ambassadeurswoning is vooral bekend omdat een groot deel van de bekende Franse film Intouchables er is opgenomen. Het chique pand dateert uit 1723. 

Verloving
Volgens Van der Steur betaalt de ambassade alleen bij officiële bijeenkomsten de rekening voor bijvoorbeeld de catering. In andere gevallen wordt de residentie kosteloos ter beschikking gesteld en zijn die kosten voor degene die de bijeenkomst houdt. De uitnodigingen voor dit concert zijn door Van der Steur zelf verstuurd. Na afloop van het concert kondigde hij zijn verloving aan.

CDA-kamerlid Van Toorenburg zegt in De Telegraaf, die spreekt van een 'verlovingsfeestje', dat je dit als minister 'gewoon niet moet doen'. ,,Of we moeten er voor kiezen dit voor alle Nederlanders mogelijk te maken, niet exclusief voor de minister", vult SP-Kamerlid Van Nispen aan.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt geen richtlijnen te hebben voor privégebruik van de residenties, zoals in Parijs. Ook het handboek voor aantredende bewindspersonen verbiedt deze gang van zaken niet expliciet.