'Met water blussen had niet gemogen bij vuurwerkramp'

De vuurwerkopslagplaats S.E. Fireworks in Enschede had niet met water geblust mogen worden, dat bewijzen de vuurwerkproeven die door de Europese Unie in 2005 uitgevoerd zijn. Dus klopt de circulaire uit 2005 opgesteld door Minister Remkes naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede niet.

Dat is de belangrijkste conclusie die Paul van Buitenen, lid van de stichting Expertgroep Klokkenluiders Nederland, trekt in zijn rapport. Paul van Buitenen schrijft een review over de strafrechtelijke vervolging en het handelen van de overheid tijdens en na de vuurwerkramp in Enschede. Ondanks de bewijsvoering uit de vuurwerkproeven stelt het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de circulaire dat brandend consumentenvuurwerk met water geblust moet worden.

Paul van Buitenen
Paul van Buitenen is een Nederlands oud-Europarlementariër en was daarvoor werkzaam als ambtenaar bij de Europese Commissie. Hij keerde zich openlijk tegen frauduleus gedrag van een van de leden van de toenmalige Europese Commissie-Santer. Zijn werk als klokkenluider speelde een belangrijke rol bij de val van de Europese Commissie in 1999.

Van Buitenen begon twee jaar geleden met zijn rapport over de vuurwerkramp. Hij is lid van de Expertgroep Klokkenluiders Nederland die werd gevraagd om de zaak rondom de vuurwerkramp te bekijken.

Het rapport
Van Buitenen heeft toegang tot de strafrechtelijke dossiers, waaronder de getuigenverklaringen afgelegd bij het Tolteam van de politie Twente en de Rechter Commissaris. Daarnaast heeft hij de beschikking gekregen over nog nooit eerder openbaar gemaakte getuigenverklaringen die zijn afgelegd bij interne onderzoeken door politie en Rijksrecherche. Deze getuigenverklaringen zijn door klokkenluiders uitgelekt naar de Expertgroep Klokkenluiders Nederland. Het rapport beschrijft de strafrechtelijke vervolging en het handelen van de overheid tijdens en na de ramp.

Parlementaire enquête
Het doel van het rapport is het aan het licht brengen van onjuistheden in de gang van zaken. Paul van Buitenen hoopt uiteindelijk op een parlementaire enquête en de rehabilitatie van twee oud-rechercheurs van het Tolteam en de eigenaren van de vuurwerkopslag S.E. Fireworks, de opslagplaats die ontplofte op 13 mei 2000. Het Tolteam onderzocht de ramp. Twee van de rechercheurs werden beschuldigd van meineed, onterecht volgens het rapport van Van Buitenen.

Volledig scherm
© ANP

Onjuist geformuleerde circulaire
Na de vuurwerkrampen in Culemborg (1991), Enschede (2000) en Denemarken (2004) zijn door de Europese Unie gefinancierde vuurwerkproeven gedaan in Polen met onder andere de onderzoeksorganisatie TNO. Daaruit kwam de conclusie dat brandend consumentenvuurwerk niet met water geblust mag worden.

Van Buitenen laat in zijn rapport zien dat ondanks deze vuurwerkproeven, het Ministerie een ander advies heeft gegeven over het blussen van consumentenvuurwerk. In 2005 ondertekende toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken Remkes een circulaire over het optreden van de brandweer bij een vuurwerkbrand.

Blussen als bij normale brand
Deze circulaire was gericht aan de colleges van Burgemeester en Wethouders en de dagelijks besturen van de regionale brandweren. In deze circulaire wordt beschreven dat er geen wijziging wordt gemaakt in de huidige wet-en regelgeving en dat consumentenvuurwerk geblust moet worden zoals bij een normale brand, met water. Volgens Van Buitenen bewijzen de vuurwerkproeven uitgevoerd door TNO dat deze circulaire onjuist geformuleerd is.

Explosiegevaar
De brief van Minister Remkes meldt dat vuurwerkcontainers die aangeduid worden met de gele sticker 'subklasse 1.4' met water geblust mogen worden, dat is consumentenvuurwerk. Bij S.E. Fireworks zaten andere stickers op de containers. De stickers op de containers bij S.E. Fireworks gaven aan dat er explosiegevaar was. Dat betekent dat er niet met water geblust had mogen worden. Blussen

De bij S.E. Fireworks aangebrachte gele stickers waarschuwden voor ontplofbare stoffen. De instructies zijn om niet te blussen, een afstand van 500 meter aan te houden en in een straal van 1 kilometer te ontruimen. De metalen die aanwezig zijn in vuurwerk kunnen reageren op water en kunnen dan ontploffen. Hierbij speelt ook de manier van opslag van het vuurwerk een rol. Woordvoerder van de brandweer Loes Hilberink laat weten dat de brandweer de instructies volgt die gelden voor het blussen van consumentenvuurwerk. Paul van Buitenen over de circulaire:

Volledig scherm
© ANP

De gemeenteraad van Enschede stuurde in 2004 een brief naar Minister Remkes met de vraag of de blusinstructies bij de vuurwerkramp juist waren. Minister Remkes ontkent dat de blusinstructies onjuist waren. Het gevolg van de circulaire is dat bij een volgende vuurwerkbrand in Nederland de instructies zijn om te blussen met water. Nederland is een van de weinige landen in Europa die deze instructies heeft.

Niet 'te-veel-en-te-zwaar' vuurwerk
In het rapport van Paul van Buitenen zijn alle bewijsstukken uit rapporten en onderzoeken naast elkaar gelegd. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en TNO deden technische onderzoeken op het gebied van de brand, de ramp en het blussen. Deze organisaties berekenden de kracht van de explosie van de vuurwerkramp in Enschede aan de hand van afmetingen van de krater die het vuurwerk in de grond veroorzaakt heeft. Volgens Van Buitenen is die berekening van de kracht van de explosie onjuist, omdat er blijkt dat onder de bunkers holle ruimtes zaten die zijn achtergebleven van vroegere kolenopslagen.

Alle officiële rapporten wijzen in de richting van 'te-veel-en-te-zwaar' vuurwerk. Volgens Paul van Buitenen is uit de administratie van S.E. Fireworks te herleiden dat er niet teveel en niet te zwaar vuurwerk lag. Deze aanname van Van Buitenen wordt door politieonderzoeken niet ondersteund.

Volledig scherm
© ANP

Aantijgingen
De Rijksrecherche onderzocht het optreden van de politie in de strafvervolging en de aantijging van misleiding van de rechterlijke macht. In het rapport van de Rijksrecherche wordt volgens Van Buitenen toegewerkt naar een zogenaamde gewilde conclusie. Het Rijksrechercherapport is volgens hem ondeugdelijk opgesteld, er blijken verschillende bewijsstukken niet te kloppen. Ministerie van Veiligheid en Justitie

 Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, waar de circulaire op dit moment onder valt, laat weten dat er volgens hen weinig gevaar is bij het blussen met water. Volgens hen komt uit de vuurwerkproeven van TNO naar voren dat consumentenvuurwerk beperkt gevaar geeft bij ontsteking en weinig gevaar geeft bij blussen met water.

Ook bij de opslag gaat men uit van blussing met water en wordt door het bevoegd gezag op basis van Vuurwerkbesluit vaak een sprinklerinstallatie geëist, laat de woordvoerder van het ministerie weten. Ook heeft volgens het Ministerie van Veiligheid en Justitie in de rechtelijke gang van zaken wat betreft de vuurwerkramp geen misleiding plaatsgevonden. Over een tunnelvisie valt volgens de woordvoerder dan ook niet te spreken.