Volledig scherm
PREMIUM
Nynke de Jong © AD/Shody Careman

Naar mijn eigen jeugd kijken met een roze bril op

ColumnNynke de Jong schrijft drie keer per week over wat haar bezighoudt.

Quote

Hoeveel jongens en meisjes ken ik wel niet die naar een grote stad vluchtten om daar uit de kast te komen?

Tweede paasdag kon heel Nederland kijken hoe het jaar van een groep Sallandse plattelandsjongeren eruitziet. Brommers kiek'n heette de documentaire van Geertjan Lassche. De uitzending verdeelde de kijkers grofweg in drie groepen: de groep stedelingen die ernaar keken alsof ze naar een David Attenborough- natuurdocumentaire keken over het paringsritueel van de ring­staartmaki, de groep plattelanders die weemoedig 'ach ja, zo was het' riepen bij het zien van de tentfeesten en de trekkertrek. Die tweede groep, daar hoor ik bij. Het was alsof ik naar mijn eigen jeugd zat te kijken.

Maar er was nog een groep, die zich op Twitter roerde en met weinig vreugde keek naar dit plattelandstableau: de jongeren die opgroeiden op het platteland en er in hun puberteit achterkwamen dat ze homoseksueel zijn. Die hun hele puberteit worstelden met hun eigen verwarrende gevoelens, die ze nooit met iemand konden delen, want homo, dat was vies en raar en dat bén je gewoon niet. In de documentaire zag je ook de overspannen reacties als een jongen te dicht bij een andere jongen ging zitten: 'je bent toch geen hómo?!?' Alsof dat het allerergste zou zijn.

Als dat de teneur is, dan laat je het wel uit je hoofd om te zeggen dat je op jongens valt. En als men al een vermoeden heeft, dan ben je verwijfd en een mietje. Hoeveel jongens en meisjes ken ik wel niet die na hun middelbare schooldiploma naar een grote stad vluchtten om daar eindelijk uit de kast te komen? En hoe weinig jongeren ken ik die al op de middelbare school voor hun geaardheid durfden uit te komen?

Mijn roze bril bij het zien van Brommers Kiek'n is mij gegund omdat ik erbij hoorde. Omdat ik een heteroseksueel meisje was dat bier dronk en op dorpsfeesten achter de tent stond te tongen met een jongen. Daarom kijk ik met vreugde terug op mijn jeugd op het platteland: niet per se op dat tongen achter de tent, maar wel op die wereld waarin ik mij geborgen voelde. Ik voelde me er thuis, want ik kon zijn wie ik was. Zo'n jeugd had ik al die andere jongeren ook gegund.