Volledig scherm
PREMIUM
© AD

NAM kan met vonnis gedupeerden de hand reiken

CommentaarDe Nederlandse Aardoliemaatschappij zou in een goed gesprek met de gedupeerden van het aardbevingsgebied tot een oplossing moeten komen om de opgelopen immateriële schade af te wikkelen, zo schrijft het AD.

Van de aantasting van het woongenot, angst, spanningen en stress. Het klonk gedupeerden als muziek in de oren: de rechter stelde de NAM, de Nederlandse Aardoliemaatschappij, vorige week aansprakelijk voor de immateriële schade in het aardbevingsgebied in Groningen. Die bevingen zijn het gevolg van de gaswinning door de NAM. Maar het vonnis levert behalve erkenning van psychisch leed niet meteen een schadevergoeding op.

Het bedrijf bestudeert de uitspraak en kan besluiten om in hoger beroep te gaan. In dat geval moeten de eisers van een vergoeding voor immateriële schade opnieuw jaren geduld hebben. Er is een chiquere manier om een einde te maken aan deze slepende zaak. De NAM zou het vonnis kunnen gebruiken voor een handreiking in de richting van de gedupeerden. In een goed gesprek moet er een oplossing kunnen worden bedacht, met een financiële afwikkeling die recht doet aan de opgelopen immateriële schade.

Mocht er van dat goede gesprek met adequate oplossing niets terecht komen, dan wordt het tijd dat de overheid zijn verantwoordelijkheid neemt. Zij zou de NAM moeten bewegen tot de gezamenlijke oprichting van een rampenfonds, naar het idee van Janet van de Bunt, rechtendocent aan de Universiteit Leiden. Een fonds waaruit alle schade, materiële en immateriële, kan worden vergoed.

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement