Volledig scherm
Een NIP-test. © Marco De Swart

NIPT vervangt combinatietest bij zwangerschap bijna totaal

In het eerste jaar dat de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) grootschalig beschikbaar is, hebben ouders bijna niet meer gekozen voor de minder betrouwbare combinatietest. Toch is per saldo niet vaker een check uitgevoerd op bijvoorbeeld Down bij het ongeboren kind.

Dat blijkt uit cijfers waarmee het NIPT Consortium vandaag is gekomen. In Nederland wordt de NIPT sinds 1 april 2017 in onderzoeksverband aangeboden aan alle zwangere vrouwen als alternatief voor de combinatietest. Zwangeren betalen er 175 euro voor.

Screening

Ongeveer 73.000 zwangeren hebben in het eerste jaar de NIPT laten doen. Dit komt neer op zo’n 42 procent van alle zwangeren in Nederland. Nog maar 3 procent deed de combinatietest. Vóór de introductie van de NIPT koos 34 procent van de zwangeren voor screening met de combinatietest.

Daarnaast liet een onbekend maar 'significant' deel van de zwangeren volgens het consortium eerder de NIPT in het buitenland doen, waardoor het werkelijke percentage zwangeren dat in 2016 koos voor screening hoger lag.

Denemarken

Dat is opmerkelijk omdat vooral christelijke partijen zoals ChristenUnie en SGP eerder de verwachting uitspraken dat veel meer ouders hun ongeboren vrucht zouden laten checken op bijvoorbeeld het Down-syndroom als de NIPT algemeen beschikbaar zou komen. In Denemarken ligt dat cijfer bijvoorbeeld op ruim 90 procent.   

Nog iets opvallends: de NIPT blijkt nog accurater te zijn dan eerder gedacht. Na een afwijkende NIPT was vooraf de verwachting dat mensen 75 procent kans zouden hebben op een kind met het Down-syndroom. Uit het onderzoek blijkt nu dat dit percentage 'gemiddeld veel hoger' ligt, alhoewel niet wordt gezegd hoeveel.