Volledig scherm
PREMIUM
Op vakantie naar de eenoudercamping. © Annemarie Gorissen

Opgevangen op de camping

eenoudervakantieJournalist Sanne van der Kolk (40) gooit haar bedenkingen tegen een eenoudercamping overboord en viert er de zomer met haar kinderen. Nu raadt ze het elke alleenstaande ouder aan.

Quote

In de bar zit ook Anneke. En Lotte, Chris, Lieke, Esther. Allemaal sterke vrouwen vol humor

Volledig scherm
Journalist Sanne van der Kolk (r) en campingvriendin Lieke. © Privéfoto

Juli 2016. Ik vertrek met mijn dochter (13) en zoon (9) naar een camping voor eenoudergezinnen in Frankrijk. Ik vertel het op fluistertoon en zeker niet tegen iedereen. Het klinkt toch sneu: al die gescheiden ouders bij elkaar met vermoedelijk hun ziel onder de arm.

Augustus 2016. Ik roep tegen iedereen die het wil horen dat ik naar een camping voor eenoudergezinnen ben geweest. En dat het gaaf was! Ik heb prachtige gesprekken gevoerd, heb gedanst tot in de late uurtjes, kan naaktzwemmen van mijn bucketlist schrappen en heb zeker geen zielige types aangetroffen, maar een prettige groep sterke mensen. En de kinderen hadden een topweek.

Al veertig jaar kampeer ik elke zomer. Ik kan me niet heugen dat ik gescheiden ouders op een camping tegenkwam. Dus zat ik in het voorjaar hevig te dubben. Wil ik als alleenstaande moeder tussen al die gelukkige families staan? 's Avonds alleen aan de wijn? Ik wilde mijn kinderen niet 24 uur met hun moeder opzadelen ('ze is zo zielig, we gaan wel met haar rummikuppen') en af en toe een volwassene spreken vind ik fijn. Totdat een vriendin zei: 'Googel eens op kamperen voor eenoudergezinnen.'

De eerste de beste link gaf een prima indruk. De camping lag in Frankrijk, voor ontbijt en avondeten werd gezorgd en overdag konden de kinderen abseilen, boogschieten en voetballen. Basta. Ik doe het. Geboekt.

Voordat we richting het zuiden reizen, kamperen we vijf dagen op een Nederlandse camping tussen traditionele gezinnen aan picknicktafels met parasolletje. In de caravan tegenover ons zijn de gordijntjes al om elf uur potdicht.

Als we arriveren, groet niemand. Een dag later ook niet. Bij de afwas knoopt niemand een gesprekje aan. En niemand schiet de volgende dag te hulp als ik met een ziek kind in de stromende regen de tent inpak. De tranen rollen over mijn wangen. Wat voel ik me gruwelijk alleen.

Een dag later stappen we in de auto en rijd ik, hoppa, 800 kilometer tot ver in Frankrijk. Tolpoortjes, tanken, met kinderen naar een snelwegtoilet, files op de Brusselse ring: ik draai mijn hand niet om voor wat vroeger stressmomenten voor twee waren.