Volledig scherm
Kaarsen en bloemen op het place de la Republique in Parijs. © afp

Parijs weent én wil verder met het leven

Parijs zoekt troost na de horroravond die zijn weerga niet kent. Acht daders, 129 doden en honderd zwaargewonden die willen blijven leven. Net zoals de stad dat wil. ,,Als iedereen bang is, winnen zij. Als we blijven bewegen, winnen wij.''

Quote

Ik ben niet bang, wil laten zien: wij zijn hier

Moeder Sophie Telot

In ziekenhuizen in Frankrijk vecht een aantal van de 352 gewonden nog tegen de dood. Op het Place de la République, in hartje Parijs, overwint het leven. Hier heft de bronzen Marianne, het symbool van de natie, haar arm omhoog. Victorie. Onder haar boezem wordt gerouwd, door Parijzenaars die oproepen om binnen te blijven negeerden.

De door president Hollande afgekondigde noodtoestand duurt tot donderdag. Woorden van agenten schallen zaterdag nog door de luidsprekers: 'Het is niet veilig, wilt u het plein verlaten.' Maar honderden mensen komen hier toch heen, om te laten zien: we huilen, maar zijn niet bang. Of tenminste, we wíllen het niet zijn. Een dag later laat Parijs dat massaal zien, door de straat op te gaan. ,,Het leven gaat door,'' zegt Lorena Djandongo, die naar het plein is gekomen. Jongeren zingen er het volkslied, La Marseillaise, roepen om hun 'lieve Frankrijk'. 'Vrijheid!' En liefde.

Lorena is jong, mooi. Net als veel van de vermoorde slachtoffers, die op een steenworp afstand van het plein vielen. Het zijn er 129, van ten minste twintig is de identiteit nog onbekend. Zij gingen vrijdagavond uit, feestten, aten, dronken, vierden het leven, toen acht nietsontziende daders toesloegen.

Nu is het stil, op de plekken van de slachtpartijen. Er branden kaarsen, er liggen bloemen bij de restaurants en bars waar kogels vijftien levens namen, bam, bam, bam. Kleine, ronde gaten in het raam, gebarsten glas. Een confrontatie met de dood.

Die is nergens zo hard, zo ijzingwekkend, als bij de Bataclan, het horrortheater. Dit gedeelte van Parijs, waar 89 mensen koelbloedig werden geëxecuteerd tijdens een concert van de Amerikaanse rockband Eagles of Death Metal, is nog altijd afgesloten. In de zaal liggen nog steeds doden. De één kreeg de kogel, de andere leeft. Het was de waanzin van de willekeur.

Schuilen onder lijken
Die zorgde ook dat Rotterdammer Dexter Sillem het haalde. Hij verschool zich onder levenloze lichamen, tot het stil werd, tot hij weg durfde. Hij en zijn drie vrienden zijn inmiddels weer thuis, in Nederland.

Andere toeristen gaan naar de ziekenhuizen, geven bloed om te helpen bij het redden van de gewonden. Ondertussen wordt nietsontziend gejaagd op de daders, die waren uitgerust met dezelfde soort bomgordels, kalasjnikovs. De aanslag is opgeëist door terreurorganisatie IS, die een operatie uitvoerde waarbij werd toegeslagen zonder aarzelen, door acht daders in drie teams. Zes bliezen zichzelf op, één werd door de politie neergeschoten. En ten minste een van hen wist te ontkomen, zo wordt gedacht.

Niet Ismaël Mostefai (29), een Fransman met Algerijnse ouders, die een paar jaar geleden een poosje in Syrië verbleef. Mostefais vinger werd gevonden in de Bataclan, de plek waar hij zichzelf opblies. De afdruk ervan bleek eerder genomen te zijn door de politie, die hem kende vanwege kleine delicten. En vanwege zijn radicalisering.

Volledig scherm
Een schoen en een bebloed stuk kleding zijn stille getuigen van wat zich afspeelde tijdens het concert. © epa

Moslims
Adrhim is ook een Algerijn. Zijn stem trilt, hij huilt een beetje, hier op het Place de la République. Ook hij rouwt, heeft verdriet, om wat er vrijdagavond is gebeurd. Maar Adrhim hoort niet bij de anderen. Niet echt. ,,Gisteren liep ik met mijn vrouw op straat. Ze draagt een sluier. Ze riepen ons na. 'Door jullie hebben we alleen maar problemen. Jullie horen hier niet. Jullie zijn stront.' Net kwam er een man naar me toe, die zei: 'Wat doe je hier, krokodillentranen huilen'.'' Maar Adrhim bleef op zijn post, om te laten zien dat moslims zoals hij ook verdriet hebben. ,,Mijn geloof verwerpt alles wat die gasten deden.''

Bij de lichamen van 'die gasten' werden ook paspoorten gevonden. Eén ervan is Syrisch. De eigenaar zou zich als vluchteling in Griekenland hebben gemeld. Wat tot nu toe altijd werd ontkend, lijkt daarmee bewaarheid: we weten niet wat zich in de stroom asielzoekers schuilhoudt.

Parkeerbonnetjes in een achtergebleven auto van de daders leiden ook naar de Belgische wijk Molenbeek. Alweer. Het 'jihadistan van Europa' komt in beeld bij de aanslagen in Verviers en op het Joodse Museum in Brussel.

Spanning
In Parijs is er ook de spanning. Rond zevenen is er paniek in het hart van de stad. Gedrang op het Place de la République, waar het te druk wordt.

Verderop, bij het Parijse stadhuis, klinken schoten, wordt gezegd. De politie rukt massaal uit. Sirenes gillen, wapens worden getrokken, mensen rennen. Het blijkt vals alarm. In deze tijd zet zelfs vuurwerk bij een bruiloft alles op scherp.

Op het Place de la République blijft het geloof. Parijs kan dit te boven komen. Sophie Thelot is ervan overtuigd. ,,Ik ben niet bang, wil laten zien: wij zijn hier,'' zegt de moeder. Daarom heeft ze ook haar 14-jarige dochter Alice meegenomen. Omdat zij jong is, de toekomst heeft. Ook al doen terroristen er alles aan wat in het vooruitschiet ligt weg te vagen. ,,Als iedereen bang is, winnen zij. Als we blijven bewegen, vooruit gaan, winnen wij. Parijs is sterk, Frankrijk is sterk.''

En in de toekomst zal er ook in de Bataclan, nu nog het theater van de dood, weer worden gelachen. Leve de muziek, staat er met stoepkrijt op de grond geschreven. Straks zal er weer feest zijn.