Volledig scherm
© anp

Patiënt komt niet bij digidokter

Online afspraken maken, digitaal herhaalrecepten indienen, consulten via Skype. Huisartsen investeren massaal in e-health, maar patiënten komen er nauwelijks op af. Ze bezoeken ouderwets de praktijk en staan nog altijd minutenlang telefonisch in de wacht.

Quote

Ze zijn voorzichtig, omdat ze bang zijn dat het de drempel verlaagt en ze worden overladen door vragen

Patrick Jansen, NHG
Volledig scherm
© ANP

Maar liefst driekwart van de huisartsen biedt anno 2016 de mogelijkheid online een herhaalrecept aan te vragen en toch maakt maar 16 procent van de patiënten er gebruik van. Online een vraag stellen kan bij 60 procent van de praktijken, maar slechts 3 procent  van de patiënten doet dat. Een afspraak inplannen gaat in verreweg de meeste gevallen ook nog gewoon per telefoon of aan de balie. Dat blijkt uit de e-health Monitor 2016 van onderzoeksinstituten Nictiz en Nivel die vandaag uitkomt.

Bonus
De ondervraagde huisartsen stellen dat zogeheten patiëntenportals de praktijk telefonisch ontlasten, de toegankelijkheid vergroten en 'laat zien dat we meegaan met de tijd'. Maar de patiënten vinden de 'digidokter' niet. ,,Terwijl ze het wel zouden willen", zegt onderzoeker Johan Krijgsman van Nictiz. ,,Bijna de helft van de patiënten heeft behoefte aan digitale opties, ze weten ze alleen niet te vinden. Huisartsen moeten daar beter op wijzen."

Niet alle dokters doen dat even actief, erkent het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). ,,Ze zijn voorzichtig, omdat ze bang zijn dat het de drempel verlaagt en ze worden overladen door vragen", zegt Patrick Jansen van het NHG. Dat steeds meer huisartsen toch online gaan, komt volgens Jansen omdat ze inzien dat e-health het contact met de patiënt kan verrijken. Maar ook: sinds 2 jaar geven zorgverzekeraars een bonus aan praktijken die een patiëntenportal aanbieden. ,,Zo verdienen ze de kosten voor zo'n portal - 800 à 1000 euro per jaar - deels terug."

Quote

We weten dat het gevaarlijk is voor de gezondheid van patiënten als digitale dossiers niet goed worden overgedragen

Johan Krijgsman, onderzoeker

Gebruiksonvriendelijk
De kleine club patiënten die de digidokter wél weet te vinden, haakt vaak af omdat de programma's zo gebruiksonvriendelijk zijn, stelt Jansen. ,,Mensen moeten inloggen met DigiD en sms of moeten eerst toestemming krijgen van een huisarts om een account aan te maken. Ze denken dan al snel: ik bel wel gewoon eventjes."

Volgens de Patiëntenfederatie speelt ook mee dat mensen liever gewoon naar de huisarts toe gaan. Woordvoerder Thom Meens: ,,Uit eigen onderzoek blijkt dat ze vooral praktische zaken via de computer willen regelen, maar een vraag stellen over hun gezondheid doen ze liever in de spreekkamer dan via chat of Skype. Immers zit de huisartsenpraktijk vaak om de hoek."

Ziekenhuis
Dat geldt niet voor patiënten die vaak naar het ziekenhuis moeten. Als zij online hun dossier kunnen inzien en met de dokter kunnen overleggen, scheelt dat simpelweg heen en weer pendelen, stelt Nictiz. Toch heeft maar 6 procent van de patiënten inzage in hun medische gegevens.
Laat staan dat andere ziekenhuizen of zorgverleners een medisch dossier digitaal kunnen inzien. Nog altijd zijn post en fax de norm.

Ronduit zorgwekkend, zegt onderzoeker Krijgsman: ,,We weten dat het gevaarlijk is voor de gezondheid van patiënten als digitale dossiers niet goed worden overgedragen. Denk aan medicatieoverzichten die niet up to date zijn." Privacy is niet zozeer het probleem: de computersystemen sluiten niet op elkaar aan. Volgens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) kan dat ook nog lang duren.

Immers heeft het al jaren gekost om te zorgen dat gegevens binnen één ziekenhuis digitaal worden gedeeld.  Nictiz wil dat het ministerie van Volksgezondheid de regie pakt om te zorgen dat de kostbare investeringen in e-health ook tot hun recht komen.