Volledig scherm
PREMIUM
Paul de Leeuw. © Joost Hoving

Paul de Leeuw neemt afscheid als columnist: 'Iedereen is vervangbaar'

ColumnPaul de Leeuw schrijft wekelijks over wat hem bezighoudt.

Quote

Nadat ik het vrij nuchter heb geaccep­teerd en complimen­ten van de hoofdredac­teur heb aangehoord, overheerst toch het ‘jeetje-wat-jammergevoel’

Als de hoofdredacteur je onverwachts opbelt, weet je dat het weleens afgelopen kan zijn met je column. Klopt! De zaterdagkrant gaat veranderen, waardoor er voor mijn column geen plek meer is. ,,Alles stopt een keer en daar is niks mis mee!’’ De oude les, iedereen is vervangbaar, blijkt weer op te gaan. Jammer, maar ik mag nog een paar weken doorschrijven, dus het is geen abrupt einde.

Nadat ik het vrij nuchter heb geaccepteerd en complimenten van de hoofdredacteur heb aangehoord, overheerst toch het ‘jeetje-wat-jammergevoel’. Even overweeg ik om weg te lopen en ergens onder te duiken in de hoop ze zo nog op andere gedachten te brengen. Maar stel je voor dat ze niet bezwijken onder die druk, dan zit ik wekenlang in een halfleeg bungalowpark in Geleen.

Als troost zet ik via Spotify het nummer Afscheid nemen bestaat niet van Marco Borsato op maar daar wordt een mens ook niet optimistischer van. Na het verlaten van het VARA-nest nu verstoten worden uit het krantenkamp. Niet zeuren: een zenuwbehandeling aan de kies is veel erger.

Mijn zoon krijgt diezelfde dag te horen dat zijn baantje op het terras ook voorbij is. Ze hebben na de zomer minder mensen nodig en er zijn voldoende handen om uit te serveren. Hij ligt er niet wakker van omdat het niet z’n favoriete job is. Liever was hij in de keuken aan de slag gegaan, maar omdat het een lange hete zomer werd moest het terras extra worden bemand.

Zo zaten er opeens twee man zonder bijbaantje. Wat doe je dan? Op en neer naar moeder in Barendrecht, voor koffie. Haar partner is herstellende van een hartoperatie en ik had beiden nadien nog niet gezien. Hij oogt broos en voelt zich moe. Mijn moeder wil dat-ie, als we op het balkon zitten, een trui aantrekt. Niet nodig, vindt hij zelf. ,,Doe hem dan over je schouders, eigenwijs.’’ Zelf is mijn moeder vorige week ongelukkig ten val gekomen. Tijdens een wandeling naar een vriendin stuitte ze op een los­liggende tegel en sloeg ze tegen de vlakte. Handen kapot, knieën geschaafd en een blauw oog.

Dus zit ze nu als een soort Liz Taylor met een enorme zonnebril op het terras. Ik vertel mijn moeder dat m’n columnist-schap erop zit: ,,Ja joh,’’ reageert ze. ,,Aan alles komt een einde en zo jong ben je ook al niet meer!’’

Wat heeft die column nu met leeftijd te maken? Marjan Berk is ook columniste en zij is veel ouder dan alle anderen die in de krant schrijven. ,,Aan één Marjan Berk hebben ze voldoende’’, concludeert mijn moeder. Ze staat op en loopt richting keuken voor een tweede bak koffie.

Ik kijk haar partner aan en vraag: ,,Gaat het wel een beetje?’’ Hij kijkt me aan en schudt met z’n hoofd. ,,Ik dacht dat ik er vorige week niet meer zou zijn. Zei nog tegen je moeder dat ik even vreesde dat ik afscheid van haar moest nemen.’’

Ik zucht en besef dat het ene afscheid zwaarder weegt dan het andere. Vanuit de keuken roept ma: ,,Wil je melk in je oppleur-koffie?’’