Volledig scherm
PREMIUM
Renate Wennemars. © Marco de Swart

Potentiële echtscheiding

ColumnRenate Wennemars schrijft elke week over wat haar bezighoudt. 

Quote

Ik moet bijna huilen. Dus nee, mijn fiets hoeft niet mee op vakantie

,,Vanavond samen fietsen?'' Hij vraagt het luchtig, maar we weten allebei wat er onder ligt: een potentiële echtscheiding. Wielrennen met Erben eindigt meestal in wederzijdse ergernis en het voornemen het nooit meer te doen. Maar ik geef het een kans. Toch leuk dat hij het voorstelt. Hij moet zich de hele weg inhouden namelijk. En in de bochten rem ik af. In doodsangst.

Ik fiets ook nog steeds met gewone sportschoenen, want van die klikdingen krijg ik de zenuwen.

Al na 500 meter heb ik spijt. We gaan te hard. Om de twee minuten kijkt hij om. Ik moet lossen. Het duurt even voordat Erben het door heeft. ,,Je moet communiceren Renaat! Als het te hard gaat, moet je dat zeggen en niet achterblijven! Gewoon vlak achter me gaan zitten.”

Even later kijk ik naar zijn kont. Verder zie ik niks. Ik moet er maar op vertrouwen dat er niet zomaar tegenliggers opduiken. Dus ik staar naar het logo achter op zijn fietspakje. Ik heb ook zo’n pakje aan. Dus ik zie er veel te professioneel uit voor mijn niveau. Ik focus op zijn benen. Op en neer, op en neer. Het gaat moeiteloos.

Ik zit zelf voortdurend te pielen met mijn versnellingen, zoekend naar het beste ritme en niet te veel weerstand. Ondertussen waaier ik een beetje achter hem aan, zodat ik af en toe ook het fietspad voor ons kan zien. Ik heb het bloedheet. Mijn nek doet pijn van die onnatuurlijke houding: voorover zitten en toch vooruit kijken. 

,,Mooi hier hè!” Hij moet het wel drie keer roepen, want ik versta hem niet vanwege de wind die langs mijn oren suist. Ik zie niks van al dat moois, met die snot voor mijn ogen. Op mijn zwarte mouwen zitten wittige plakkaten. Want heel af en toe heb ik de moed om één hand van het stuur te halen en mijn neus af te vegen.

Hij dirigeert ons richting de Lemelerberg. Dat is in werkelijkheid een heuvel van 70 meter hoog. Ik moet naar de top, blijkbaar. Als een gek begin ik te schakelen, zodat ik zo licht mogelijk trap. Halverwege sta ik bijna stil. We worden ingehaald door mannen met bierbuiken. En dan het handje van Erben in mijn rug. Even later suis ik naar beneden. Het gaat veel te hard. Ik moet bijna huilen. Dus nee, mijn fiets hoeft niet mee op vakantie. Want ook dat is een potentiële echtscheiding.