Volledig scherm
PREMIUM
Tommy Wieringa © Marco Okhuizen

Preutsheid is besmettelijk

ColumnTommy Wieringa schrijft wekelijks over wat hem bezighoudt.

Quote

Lichamelij­ke en geestelij­ke preutsheid verheft zichzelf tot norm, en infecteert ook degene die er niks mee te maken heeft

Op maandag bezocht ik een vestiging van de fitnessketen Basic Fit in het Sloterparkbad in Amsterdam, waar uitsluitend islamitische vrouwen aan het sporten waren. Ze keken op toen ik binnenkwam. Een receptioniste met een hoofddoek zei vriendelijk dat ik boven moest zijn, dit was de vrouwenafdeling. ,,Ik zie alleen gelovige vrouwen'', merkte ik verbaasd op. ,,Komen er ook andere?''

,,Dit is voor alle vrouwen'', antwoordde de receptioniste met het geduld waarmee je een kind onderwijst. Boven vertelde een sportinstructeur dat het beneden inderdaad voornamelijk voor islamitische vrouwen was bestemd, maar dat ook niet-religieuze vrouwen er gebruik van maakten, om niet geconfronteerd te worden met de hoge testosteronwaarden van mannelijke sporters.

Ik was een beetje droevig over dit teken van de tijd; de man was opgegeven, zijn gedrag was hopeloos, de vrouwen hadden er de brui aan gegeven en zich teruggetrokken in het eigen domein.

Maar ergens onder de as van de melancholie gloeide ook een vonkje weerzin op over het gescheiden sporten, dat de seksuele segregatie van de moskee weerspiegelde, waar mannen en vrouwen over het algemeen een eigen ingang hebben en gescheiden was- en gebedsruimten. Het religieuze had zich naar de openbare ruimte verplaatst, het was ongemakkelijk en een beetje onaangenaam dat er in het Sloterparkbad een fitnesszaal bestond waar ik omwille van mijn sekse niet binnen mocht.

Later in de week las ik dat de ontwerpster van de boerkini, de Australisch-Libanese Aheda Zanetti, het hooggesloten badpak niet beschouwde als een teken van onderdrukking, maar van bevrijding. De bevrijding bestond eruit dat moslima's eindelijk naar het strand konden met een boerkini; Zanetti was in haar jeugd buitengesloten van de Australische badcultuur door haar geloof en haar sociale omgeving, die frivole badkleding verboden.

Wat een dubbelzinnig symbool is daarmee de boerkini, die zowel een teken van onderdrukking als van verlossing is. Beide zijn waar, maar het meest waar lijkt mij in dit geval de ondergeschikte positie van de vrouw, die gedwongen is haar toevlucht te nemen tot bizarre badkleding om deel te kunnen nemen aan het openbare leven.

Toen ik me ook nog de Marokkaans-Nederlandse voetballertjes herinnerde die ik vorig jaar na een rugbywedstrijd in Zaandijk in onderbroek onder de douche zag staan, scheen het me toe dat de voornaamste sociaal-culturele bijdrage van de islam aan het Westen een hinderlijk soort preutsheid was.

Preutsheid heeft de neiging zich uit te breiden, besmettelijk te zijn; zo sla ik mijn ogen neer bij vrouwen in chador, weet ik niet of ik een islamitische vrouw een hand mag geven en aarzel ik om naakt onder de douche te gaan staan bij jongens in onderbroek. Lichamelijke en geestelijke preutsheid verheft zichzelf tot norm, en infecteert ook degene die er niks mee te maken heeft.

Zowel de boerkini als het verbieden ervan is uiterst stompzinnig, maar het grotere kwaad in deze is het verbod erop. Een vrouw in boerkini is geen bedreiging, brengt niemand schade toe en belemmert niemand in zijn vrijheid; door het te verbieden gaat vrijheid verloren die men juist zegt te verdedigen.