Volledig scherm
PREMIUM
Tommy Wieringa. © Marco Okhuizen

Vogeldood (2)

ColumnTommy Wieringa schrijft wekelijks over wat hem bezighoudt.

Quote

De hak vernedert het dier in de dood

Vorige week ging ik het weiland achter mijn huis in omdat ik het zat was dat er al de hele ochtend kauwen en ganzen werden geschoten. Ik zag drie vogels die nog leefden. Een kauwtje verloste ik zelf uit zijn lijden, de gans lag te spartelen en bloed op te geven aan de rand van de sloot. Tijdens de ontmanteling van de jachtstelling stapte een van de jagers eroverheen zonder er acht op te slaan. Toen hij het zieltogende kauwtje zag, zette hij de hak van zijn rubberlaars op de kop van het dier en draaide het de modder in.

De hele week dacht ik hieraan terug. Of hij het zijn kind bijvoorbeeld zou durven laten zien, wat hij daar deed. En of het eigenlijk uitmaakte hoe je een dier uit zijn lijden verloste. Ik sloeg een stervende kauw dood op een paaltje, hij perste het met zijn hak in de modder – in beide gevallen trad de dood onmiddellijk in. Was de wijze van doden niet alleen een methodisch maar ook een moreel verschil? En hoe kon je zoiets meten?

Bij de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging werd ik telefonisch gewezen op de weidelijkheidsregels, die zeggen dat je een aangeschoten dier zo vlug mogelijk uit zijn lijden moet verlossen. Omdat dit niet gebeurde, informeerde ik of ik een klacht kon indienen. Dat kon niet, alleen jagers konden een klacht indienen over jagers. De slager keurt zijn eigen vlees. Op mijn vraag of ik dan de regiomanager voor Noord-Holland kon spreken, waar dit geval zich voordeed, was het antwoord: ,,Ik weet niet of hij daar echt op zit te wachten.''|

,,Als hij erover gaat, dan zit hij erop te wachten, toch?'',,Ja, in principe wel ja. Maar u bent van buiten, en geen lid van onze vereniging, dus…''

Ik belde daarop met de Regionale Uitvoeringsdienst, die toezicht houdt op de jagers in de provincie. ,,Zo’n beest met de kop in de bagger trappen, dat hoort niet'', zei de inspecteur die me te woord stond onmiddellijk. Hij, zelf een jager, zei: ,,Als er één ding is waar een goede jager een hekel aan heeft, dan is het aan een slechte jager.'' Maar een klacht werd lastig, daarvoor waren filmbeelden nodig, of een heterdaad.

Uiteindelijk kreeg ik alsnog de regiomanager van de Jagersvereniging te spreken, een welwillend man die op mijn vraag over de kauw antwoordde: ,,Dit is een lastige, ik zou het misschien niet op die manier doen, maar het kan een efficiënte manier zijn om het dier te doden. Maar die hak, was dat nou netjes – ik denk… in principe is het niet de bedoeling. Het is de bedoeling dat als je schiet, het dier dood naar beneden komt. Drie keer mis, zoals u hebt gezien, dat wordt niet gewaardeerd.''

Uit deze gesprekken concludeerde ik dat het ook in jagerskringen uitmaakt hoe je een dier uit zijn lijden verlost. Niet met de hak. De hak vernedert het dier in de dood.