Volledig scherm
Onderzoeker Jo Frencken. © Bert Beelen

Tandartsboor is verleden tijd als het aan Maldense onderzoeker ligt

Het is misschien wel het meest gevreesde instrument bij de tandarts: de boor, die gebruikt wordt bij het vullen van gaatjes. Maar, zegt tandarts Jo Frencken (67) uit Malden, die pijnlijke boor is vaak niet nodig. Een gaatje vullen kan net zo goed met handinstrumenten als beitels en schepjes die veel minder zeer doen. 

Volgens de voormalig universitair hoofddocent Internationale Mondgezondheid aan de afdeling Tandheelkunde van het Radboudumc, pakken tandartsen te snel naar de boor. Hij ontwikkelde een veel minder pijnlijk alternatief, waar behalve de boor ook meestal geen verdoving voor nodig is. ,,Met een speciaal handinstrument wordt een klein gaatje groter gemaakt en met een schepje wordt het zachte weefsel uit het gaatje gehaald. Het gat wordt daardoor goed schoon en daarna met cement gevuld en met de vinger aangedrukt.’’ 

Behalve voor het vullen van gaatjes kan het aanbrengen van het cement op kauwvlakken gaatjes ook voorkomen, zegt Frencken. ,,Uit onderzoeken die zes jaar duurden bleek dat deze ART-techniek (Atraumatic Restorative Treatment, red.) even goed werkt als de methode met de traditionele boor. De vullingen zijn even betrouwbaar en blijven net zo lang zitten. Alleen als een gat erg verscholen zit in de mond of als het erg groot is, is de techniek niet geschikt.’’

Onderscheidingen

Quote

Sommige tandartsen denken dat de techniek tijdrovender is. Dat is helemaal niet het geval

Tandarts Jo Frencken (67) uit Malden

In de afgelopen jaren kreeg Frencken drie grote onderscheidingen voor zijn werk, waaronder de hoogste wetenschapsprijs voor buitenlanders van China. Toch bedacht hij de ART-techniek al in de jaren tachtig, toen hij uitgezonden was naar Tanzania om daar de opleiding Tandheelkunde mee te helpen opzetten. ,,De techniek ontstond uit nood. We kregen verplaatsbare apparatuur, die veel te zwaar was om te verplaatsen. Ook hadden we water nodig en elektriciteit. We moesten dus wel iets anders verzinnen en zo kwam ik erop handinstrumenten te gebruiken om de gaatjes schoon te maken.’’

Tot ongenoegen van Frencken grijpen de meeste tandartsen nog altijd naar de boor. ,,Sommige tandartsen denken dat de techniek tijdrovender is. Dat is helemaal niet het geval. Ook wordt bij deze techniek alleen de 'rommel' weggehaald. De gedeeltelijk aangetaste wanden van het gat vult de tand vanzelf weer op met mineralen. Dat bewijs is er, alleen is niet iedereen hier van overtuigd.’’

Angst

Tandartsen moeten volgens Frencken veel minder huiverig zijn om de ART-techniek toe te passen. Voor veel mensen is het de perfecte oplossing, zegt Frencken. Het kan bijvoorbeeld de tandartsangst wegnemen bij kinderen. Mensen die anders hun gebit zouden verwaarlozen, omdat ze bang zijn voor de boor, kunnen nu wel bereikt worden. ,,En wat te denken van ouderen die in een verzorgingshuis zitten of thuis wonen, en niet naar de tandarts kunnen? Ook voor die groep is het ideaal. De tandartsstoel is niet nodig met ART, dus zij kunnen gewoon aan huis behandeld worden.’’

Volledig scherm
De tandartsboor. © Wouter Borre

In samenwerking met indebuurt Nijmegen