Breel Embolo viert zijn goal in een leeg stadion.
Volledig scherm
Breel Embolo viert zijn goal in een leeg stadion. © Getty Images

Juichen in een leeg stadion is best gek

Randje buitenspelDe ene week blikt Dennis van Bergen met een international terug op diens enige duel voor Oranje. De andere week laat Sjoerd Mossou zijn gedachten los op een actuele foto. Met vandaag: een doelpunt vieren in een duel zonder publiek.

Er is weinig grappig aan voetballen in lege stadions, en nog minder aan de coronacrisis, maar gelukkig was er afgelopen week Breel Embolo, aanvaller uit Zwitserland. Kijk hem eens blij zijn. Kijk hem eens genieten.

Quote

Wedstrij­den die voelen als een trainings­pot­je, maken geen oceaan­vreug­de los

De spits van Borussia Mönchengladbach heeft op deze foto net gescoord tegen FC Köln, woensdagavond. Gevoelsmatig is het een eeuwigheid geleden, maar het betrof hier de eerste Bundesligawedstrijd die ooit in een leeg stadion is gespeeld.

Dat was duidelijk even wennen, en voor Breel Embolo al helemaal. Ik heb de beelden voor de zekerheid nog even teruggekeken, maar hij zet zijn handen niet bij wijze van grapje achter zijn oren. Het gebeurt in een opwelling, in een komische vlaag van verstandsverbijstering, en anders is het de macht der gewoonte.

Embolo was niet uitgejouwd door fans van de tegenpartij. Hij was ook niet toegejuicht. Toen hij scoorde, hoorde je alleen de echo’s van de spelers, weerkaatsend tegen het beton van het Borussia-Park.

Je gaat je afvragen wie dat eigenlijk bedacht heeft, de handen achter de oren zetten na een goal. Is het ooit ontstaan uit woede, als een provocatie richting de tegenpartij? Of is het oorspronkelijk bedoeld als een vorm van borstklopperij, door een speler die zich eens lekker wilde onderdompelen in het gejuich van het publiek?

Vingers in de oren

Het is in de loop der jaren een klein cliché geworden. Sergio Ramos deed het ooit, op bezoek bij zijn oude club Sevilla. Romelu Lukaku zelfde verhaal, met Manchester United tegen zijn oude werkgever Everton. Raheem Sterling haalde vakkundig zijn gram tegen Montenegro, de oren krullend richting een stel racisten op de tribune. Ante Rebic en Mario Mandzukic zijn er al jaren dol op, wat doet vermoeden dat het misschien een oud-Kroatisch gebruik is. En Memphis Depay bedacht ooit zijn eigen variant, met twee vingers in de oren.

Juichen in een leeg stadion is sowieso best gek, zo ontdekten we afgelopen week. Wedstrijden die voelen als een trainingspotje, maken geen oceaanvreugde los. Integendeel, het ongemak droop er vaak vanaf. De meeste spelers wisten niet goed waar ze naartoe moesten. Als ze al een arm omhoogstaken, ging die sneller dan ooit weer omlaag. Misschien zat er ergens ook wat relativering bij in tijden van corona: nog nooit werd zo feilloos duidelijk dat voetbal erg onbelangrijk is.

Jammer wel, want het fijne aan sport is nou juist dat je je erin kunt verliezen. Hoe overduidelijk ook een bijzaak, op een voetbalveld kun je jezelf wijsmaken dat er niets anders is dan het hier en nu, dan deze wedstrijd, dan deze goal. Embolo ervaart dat op deze foto nog wél zo. In zijn gedachten zijn de tribunes vol met juichende mensen, een beetje zoals bij dat kleine jongetje uit die beroemde pindakaasreclame.

Voetbal is soms een fijne vlucht uit de realiteit. En precies daarom gaan we het de komende tijd zo missen.

Breel Embolo viert zijn goal in een leeg stadion.
Volledig scherm
Breel Embolo viert zijn goal in een leeg stadion. © AFP