Volledig scherm
FOTO: Lars Smook © Lars Smook

Dat viel bar tegen, eten kweken op eigen akker

OpinieLezer Carel Pronk nam een volkstuin en probeerde serieus zijn eigen voedsel te verbouwen. Het experiment leverde hem niet veel groente op, maar wel diep respect voor de boeren die vandaag demonstreren.

Het leek mij wel wat: een volkstuintje. Ik was op het idee gekomen toen ik bij de afvalplaats van een volkstuinencomplex een wortel opraapte en eraan rook. Die rook als wortel uit mijn jeugd.

Als ik in een supermarkt kom, mis ik de geur van groenten. Dat kan ook haast niet anders, want alles is in plastic verpakt.

Mijn vrouw deed mijn idee hoofdschuddend af. Ze was van mening dat ik geen groene vingers had. Maar ik zette door en meldde mij aan bij de volkstuinvereniging.

Prijzen winnen

Binnen de kortste keren had ik een tuin van honderd vierkante meter. ‎Er was wat achterstallig onderhoud op mijn kaveltje, maar dat zag ik niet als een probleem. In gedachten zag ik mij al de nodige prijzen winnen: de lekkerste sperziebonen, de kruimigste aardappelen, de mooiste pompoenen. Mijn volkstuingenoten zagen er allemaal wat sleets uit, dus dat moest geen probleem wezen.‎

Quote

Ik ben niet kerks maar ik wist na dit seizoen waar Biddag en Dankdag voor het Gewas voor staan

Al gauw merkte ik dat honderd vierkante meter best veel is. Geen nood. Mijn beplantingsschema paste ik gewoon aan. De helft aardappelen, de andere helft groenten. Pootaardappels en zaadjes in de grond, een stevige investering, en groeien maar. ‎

Wat vooral groeide was onkruid. Onkruidverdelgers waren strikt verboden bij de vereniging. Dus het was schoffelen geblazen, en blaren behandelen. Het onkruid tierde welig, mijn plantjes groeiden maar mondjesmaat. ‎

Er waren mooie dagen bij. Vooral als het regende, dan hoefde ik er niet naartoe. Dat scheelde veel op en neer lopen met emmers en gieters. Maar de meeste dagen waren niet leuk. Blaren van het onkruid wieden, rugpijn van het bukken en sjouwen, kruipend over de grond omdat je verder moest en niet wilde opgeven.

Ook mijn kinderen vonden het niet zo leuk: 'Alweer sla?'

'Ja, er staat nog vijf vierkante meter", was dan het antwoord.

‎Ondergeschoffeld

De radijsjesoogst had ik bij vergissing ondergeschoffeld. De wortels waren opgevreten door konijnen of hazen. Moest ik ook nog een jachtgeweer aanschaffen? Het was een serieuze overweging. En dan dat onkruid! Het bleef maar komen.‎

Ondertussen was ik onder behandeling van een fysiotherapeut vanwege de rugklachten. De ‎aardappel- en sperziebonenoogst was goed, dat wel. Maar ik bleek gewoon niet opgewassen te zijn tegen het boerenleven, lichamelijk en geestelijk. 'En de boer hij ploegde‎voort', maar Carel Pronk niet. Het was na één seizoen afgelopen.‎

De ervaringen die ik opdeed in mijn volkstuintje gaven me in elk geval diepere inzichten. Ik ben niet kerks maar ik wist na dit seizoen waar Biddag en Dankdag voor het Gewas voor staan. En ik heb diep respect gekregen voor de boeren die alles wat ik in het klein had ervaren in het groot moeten doorstaan.

Succes, mannen en vrouwen, vandaag in Den Haag!