Volledig scherm
© ANP

Eén op drie peuters een probleemgeval? Welnee

OpinieOnderzoek wijst uit dat één op de drie peuters extra begeleiding nodig heeft. De CDA'ers Desiree Langeveld (gemeenteraadslid Midden-Delftland), René Peters (Tweede Kamerlid) en Eugène van Mierlo (wethouder in Almelo) denken dat dit niet aan de peuters ligt, maar aan de normen.

Quote

Misschien hebben we de grens van wat we normaal en acceptabel gedrag vinden wel erg naar beneden bijgesteld

Eén op de drie peuters heeft extra begeleiding nodig op het kinderdagverblijf. Ze vertonen bijvoorbeeld druk en agressief gedrag. Of ze spreken de taal niet goed. Doordat deze kinderen onvoldoende begeleiding krijgen, glijden ze onnodig af naar het speciaal onderwijs. Dat schrijft het AD (22-10) na een onderzoek op 120 kinderdagverblijven.

Eén op de drie ‎peuters. Laat dat even tot u doordringen. ‎

Natuurlijk, wij snappen de oproep. Door in te zetten op begeleiding van peuters worden grotere problemen voorkomen, redeneert men. En een klein kind met een groot‎ probleem is makkelijker te helpen dan een groot kind met een groot probleem.‎

Inzetten op extra begeleiding zou een vorm van preventie zijn en zou grote kosten voor gemeenten kunnen voorkomen. ‎Maar klopt dat wel? Wij denken van niet. Als één op de drie peuters extra en gespecialiseerde begeleiding nodig heeft, is er op epidemische schaal iets mis met onze jeugd. ‎

Of hebben we de grens van wat we normaal en acceptabel gedrag vinden wel erg naar beneden bijgesteld? Wij vermoeden dat laatste. De meeste peuters vertonen tussen de 2,5 en 3,5 jaar koppig gedrag. Het is voor ouders en opvoeders een lastige fase. Maar lastige opvoedingsvragen hoeven niet gemedicaliseerd te worden. ‎

Zijn de echt grote problemen te voorkomen door een (nog) betere begeleiding van kinderen? Dat is maar zeer de vraag. Geen land investeert méér geld in de zorg voor onze jeugd. Toch ‎lijkt het er niet op dat de vraag naar jeugdhulp afneemt. ‎

Drie conclusies

Uit onderzoek van het ministerie en gemeenten kunnen drie conclusies getrokken worden: gemeenten hebben financiële problemen, de gespecialiseerde jeugdzorg heeft financiële problemen en we zijn steeds meer en meer kinderen gaan 'helpen', zonder meetbaar effect. ‎

Hoe zou het zijn als we onze aandacht minder vestigen op de stoornis, de afwijking of het 'etiket' en beter kijken hoe kinderen op hun eigen manier tot bloei kunnen komen? ‎

Natuurlijk is meer en betere begeleiding van kinderen altijd een goed idee. Maar we moeten keuzes maken. De beschikbare middelen zijn per definitie eindig. En de tekorten van gemeenten nemen alleen maar toe.‎

Volgens psychiater Damiaan Denys zijn we in ons land zo druk met kleine‎ problemen oplossen dat er geen tijd, geld en energie meer over is om mensen met echte problemen te helpen. Wij denken dat hij gelijk heeft. ‎

We moeten bij wijze van spreken eerst de botbreuken behandelen en dan kijken of we iets willen doen aan schaafwonden. En we moeten ervoor zorgen dat (jonge) ouders en verzorgers voldoende toegerust worden bij de opvoeding. Want structuur en kaders, dáár begint het. ‎

Desiree Langeveld (CDA) is gemeenteraadslid in Midden-Delfland, René Peters (CDA) is woordvoerder jeugdzorg in de Tweede Kamer en Eugène van Mierlo (CDA) is wethouder Zorg in Almelo.