Volledig scherm
Hans van Soest. © AD/Joost Hoving

Schoolbesturen hebben ook schuld aan onderwijscrisis

commentaarVoordat er meer geld naar het basisonderwijs gaat, moeten we eerst zeker weten of dat geld ook wel bij de leraren terecht komt, betoogt chef politiek Hans van Soest. Schoolbesturen hebben wat te bewijzen.

Toen een Amsterdamse basisschool vorige week haar sluiting aankondigde, legde het schoolbestuur de schuld bij het lerarentekort. Oppositie en vakbonden riepen direct: zie je wel, er moet meer geld bij. En hoewel er inderdaad geldproblemen zijn die moeten worden bijgepast, wordt er bij het lerarentekort wel erg eenzijdig naar de rijksoverheid gewezen.

Als leerlingen in grote delen van het land geen leraar voor de klas hebben, mogen we gerust spreken van een onderwijscrisis. Die moet worden opgelost. Leraren in het basisonderwijs hebben alle reden te verlangen dat hun salarissen worden gelijkgetrokken met die van collega’s in het middelbaar onderwijs. En dat vooral scholen met veel achterstandsleerlingen problemen ondervinden, is extra reden tot zorg. Juist die leerlingen ontberen vaak een goede basis voor hun latere leven. Bij zulk verantwoordelijk werk past een goede beloning. Het is dan ook terecht dat het kabinet meer geld belooft, al is het chantage dat dat afhankelijk is gemaakt van instemmen met de cao. Dat bonden daar boos over zijn, is te begrijpen.

Maar hun woede zou zich ook moeten richten tegen de schoolbesturen. Uiteindelijk krijgt het basisonderwijs een zak belastinggeld, die de schoolbesturen zelf mogen verdelen. En nu al staat het besturen vrij om leraren op moeilijke scholen bonussen te geven. Tegelijk heeft een op de zes basisscholen volgens de PO-raad te veel geld op de spaarrekening staan. En ondanks het schreeuwende tekort aan leraren verdwijnen elke zomer veel leraren in de WW. Volgens uitkeringsinstantie UWV heeft geen beroepsgroep zo’n ‘sterk seizoenspatroon’ als het basisonderwijs. Zouden we voor er meer belastinggeld naar het onderwijs gaat niet eerst zeker moeten weten dat dat geld ook terechtkomt waar het hoort? Namelijk: bij de leraar?

De 16e Montessorischool in Amsterdam die nu dichtgaat, is zo’n voorbeeld. Het bestuur klaagt over de overheid, maar kreeg een onvoldoende van de Onderwijsinspectie en de school had al jaren te weinig leerlingen om te kunnen voortbestaan. Iedereen in Nederland kan onderwijsbestuurder worden. Misschien ligt daar ook een deel van het probleem.