Volledig scherm
© AD/Joost Hoving

Voorzichtig zijn met soepeler PFAS-norm

CommentaarHet is goed te begrijpen dat het kabinet met een noodmaatregel komt om bouw- en grondbedrijven wat lucht te geven. Door de strenge normen voor de hoeveelheid chemische stoffen (PFAS) in de bodem kan veel grond niet worden afgegraven of vervoerd. Zo schatten bedrijven in de groen- en grondsector ruim 100 miljoen euro omzet mis te lopen doordat projecten stilliggen en voor het eind van dit jaar zesduizend mensen te moeten ontslaan.

De PFAS-crisis vertoont grote gelijkenissen met de stikstofcrisis: na jaren van laks beleid, zit de bodem nu vol stoffen die er niet horen. Gaat het bij de stikstofcrisis om nitraat- en ammoniaverbindingen die als meststof vooral de natuur schaden, bij PFAS gaat het om directe gevaren voor de volksgezondheid. PFAS is een verzameling van zo’n 6000 chemische stoffen die jarenlang door de industrie zijn gebruikt. Een bekend voorbeeld is de Teflon-fabriek in Dordrecht. Twee jaar geleden bleken omwonenden volgens het RIVM een veel te hoge dosis chemische rotzooi in hun lijf te hebben, wat kan leiden tot onder andere een slecht werkende lever. Er is dus alle reden om streng te kijken naar de normen van chemische stoffen die in de bodem en vooral in ons drinkwater terecht komen.

Toen het kabinet een tijdelijke norm vastlegde voor de hoeveelheid PFAS in de grond, was iedereen blij. Maar dat sloeg snel om toen bleek dat onze grond al zó verontreinigd is, dat daardoor eigenlijk niets meer kan. Zelfs het afgraven van tuinen is al een probleem. Dat het kabinet nu eerder dan gepland laat onderzoeken of die norm niet soepeler kan, is verstandig. Maar dan moet de uitslag niet bij voorbaat vast staan. Nu al wordt door meerdere partijen geroepen dat de huidige meetgrens van 0,1 microgram per kilo grond hoe dan ook te streng is. Het is toch te hopen dat het advies van toxicologen leidend is bij eventuele versoepeling van de norm, en niet de wens van politici of bouwbedrijven. In ons dichtbevolkte land met veel industrie kan niet voorzichtig genoeg worden omgegaan met de volksgezondheid.