Bizarre belevenissen in Osse politiecellen

Stille GetuigenOnze Lieve Heer heeft vreemde kostgangers, heet het. Soms belanden die in een politiecel en af en toe halen ze daarna daarna de krant met een curieus bericht. Vorige week was het weer zover, toen ging het over een Ossenaar met wel een paar akkefietjes op zijn kerfstok die in de politiecel tegen de muur had staan plassen. 

Volledig scherm
Politiebureau (sinds 1921) aan de Ridderstraat in Oss waar aan de stadsparkzijde drie arrestantencellen waren. © JohnvanZuijlen

Bij de politie kennen ze ongetwijfeld meer verhalen over vreemde vogels en bizarre voorvallen in hun cellen. Ze zijn van alle tijden. Zoals over die 'zeldzaam beschonken grijsaard' die in maart 1929 in Nistelrode in het Maxend werd opgepakt en in zijn doornatte kleren in het arrestantenlokaal mocht ontnuchteren. De volgende dag werd hij vrijgelaten maar de veldwachters zijn nog uren bezig geweest om de cel, die er 'beestachtig uitzag', weer schoon te krijgen.

 Dan hadden ze het in Den Bosch beter bekeken. Daar moesten de bajesklanten in de Gevangenenpoort aan de Hinthamerstraat zelf hun cel schoonhouden. Hooguit één keer in de week kwam er een cipiersknecht meevegen. 

De raad eiste ‘zindelijkheid’

Volledig scherm
Jailcell © Shutterstock

Voor de plaatselijke arrestantenlokalen voor kortstondig verblijf moest de plaatselijke politie zelf zorgen. In maart 1920 kreeg de gemeenteraad van Oss te horen dat het een vieze boel was in de twee arrestantenlokalen in het Raadhuis op de Heuvel. Burgemeester Van den Elzen wist dat wel maar wilde geen kosten maken omdat de politie toch spoedig zou verhuizen naar het nieuwe bureau aan de Ridderstraat. Maar de raad eiste 'zindelijkheid', waarna de burgemeester toch een schoonmaakbeurt toezegde. 

De cellen in de Ridderstraat werden eerder in gebruik genomen dan was gepland omdat er in februari 1921 een 'dievenbende' was opgepakt. Vijf dames en heren, schreef de kant, waren al vastgezet. Dat ging de Osse celcapaciteit in het Raadhuis te boven waardoor de twee dames, moeder en dochter, als eerste van de nieuwe cellen gebruik mochten maken. In de daaropvolgende jaren werd het daar steeds drukker, wat ook meer herrie opleverde van luidruchtige, al dan niet dronken arrestanten of van hun familieleden die buiten in het stadspark stonden te roepen om contact te krijgen via de openstaande (betraliede) klapramen van de drie cellen. Die ramen zaten hoog in de muur wat in april 1943 voor een opmerkelijk ongeval zorgde. 

Toen hij boven was stortte hij omlaag

In één van die cellen zat daar toen een zekere Van der Sluijs uit de Schelversakker vanwege 'frauduleus slachten en zwarte handel'. Hij wilde door het raam naar buiten kijken en is naar boven geklommen door zich op te drukken: met zijn voeten tegen de ene muur en zijn handen tegen de tegenoverliggende muur. Toen hij boven was, 'stortte hij omlaag'.
Hij kwam met zijn hoof op een tafel, liep een gecompliceerde kaakfractuur op en een gebroken pols. Hij moest worden opgenomen in het Sint Annaziekenhuis. Wel een betere plek om te verblijven. Maar de politie had geen personeel om hem te bewaken. Daarom moest hij een verklaring tekenen dat hij niet zou ontsnappen. Een mooie deal en ook beter voor de 'zindelijkheid' in het arrestantenhok.