Volledig scherm
© Carlo ter Ellen DTCT

Dit is waarom jouw voetbalclub niet altijd in de krant staat

Over onsNu de bal weer rolt in het amateurvoetbal, staat de krant er elke maandag vol mee. André Valk, coördinator regiosport bij het AD, legt bij de start van de Week van het Amateurvoetbal uit wat daar allemaal bij komt kijken. Hij geeft antwoord op die ene terugkerende vraag: ‘Waarom staat onze club niet altijd in de krant?’

Volledig scherm
Andre Valk © AD

Voor de regionale sportredacties van het AD begint het weekend al zodra het vorige afgelopen is. De sportcoördinatoren van elk van de zeven AD-regiotitels (Rotterdam, Dordrecht, Rivierenland, Den Haag, Groene Hart, Utrecht en Amersfoort) bepalen aan het begin van de nieuwe week aan welke voetbalwedstrijden ze in de volgende maandagkrant aandacht willen besteden.

Het begint dus met een keuze, maar hoe wordt die gemaakt? ,,In de regel is het zo dat een hoger spelende club, bijvoorbeeld uit de tweede of derde divisie, vaker in de krant komt dan een vijfdeklasser waar maar twee man publiek langs de lijn staat”, vertelt André Valk, die als coördinator verantwoordelijk is voor de regio’s Dordrecht en Rivierenland. 
,Ik kijk naar het niveau en het sportieve belang. Maar als er in de vierde klasse twee clubs uit één dorp tegen elkaar spelen, en ik weet dat daar op zaterdag achthonderd mensen naar komen kijken, dan stuur ik daar ook een verslaggever heen, al is het de vierde klasse. Daar willen we óók bij zijn.”

Ruimte

In elke maandagkrant heeft hij ruimte voor pak ’m beet twaalf wedstrijden. Vervolgens schakelt hij zijn medewerkers in. Het AD heeft enkele tientallen freelance verslaggevers en fotografen die in het weekend op pad zijn voor de krant. Voor zijn twaalf wedstrijden in de regio Dordrecht heeft André Valk twaalf verslaggevers en vier fotografen nodig. Niet bij elk verslag is ruimte voor een foto, een fotograaf kan bovendien verschillende wedstrijden op een middag bezoeken; de eerste helft zit hij bij het ene duel langs de lijn, de tweede helft bij het andere. (Weet u meteen waarom u een fotograaf weleens ziet vertrekken in de rust.)

Volledig scherm
© ANP XTRA

De verslaggever bereidt zich thuis voor, maakt voor de aftrap vaak een praatje met de trainer (in het amateurvoetbal kan dat nog gewoon op het veld), krijgt de opstellingen en interviewt na afloop spelers en trainers. ,,De wedstrijdverslagen in de krant zijn in de loop der jaren veranderd van aard”, zegt André. ,,We dreunen niet meer alle kansen van minuut tot minuut op. Niet meer: ‘In de derde minuut brak Pietje door en schoot rakelings naast, twee minuten later was het gevaarlijk aan de overzijde’, enzovoort. Onze verslaggevers moeten ook een aantal betrokkenen spreken, spelers en trainers, om zo een completer verhaal te kunnen maken. Dat leest prettiger.”

Volledig scherm
© Carlo ter Ellen DTCT

Deadline

Eenmaal thuis schrijft de verslaggever zijn verhaal. Bij een zaterdagwedstrijd heeft hij de tijd, dan moet zijn verslag pas zondag rond de middag binnen zijn op de redactie. Op zondag moet hij zich haasten, dan ligt de deadline vroeg in de avond, want enkele uren later gaat de complete krant al naar de drukkerij.

Nadat hij zijn verslag heeft gestuurd, pakt de regiosportcoördinator het op. Hij leest het na, zet de tekst in het vormgevingssysteem van het AD, verzint er een pakkende kop bij en maakt een keuze uit de foto’s die de fotograaf heeft doorgezet.

Andere wedstrijden verwerkt hij in overzichten. André: ,,Ik heb een medewerker die elk weekend zo’n dertig wedstrijden nabelt. Hij heeft bij elke club een contact dat hij kan bellen over de wedstrijd, een trainer, elftalleider of bestuurslid. Na afloop gewoon bellen naar de bestuurskamer of kantine, zoals we vroeger deden, gebeurt niet vaak meer. Dan kun je weleens foutieve informatie krijgen en heb je een verkeerde doelpuntenmaker in de krant.”

Volledig scherm
© Carlo ter Ellen DTCT

Vraag

Als je betrokken bent bij een club, zie je die het liefst elke maandag terug in de krant. Dit is in de praktijk onmogelijk, wat leidt tot de veelgehoorde en terugkerende vraag: ‘Waarom staat onze club niet altijd in de krant?’

,,Daar is simpelweg geen plek voor”, antwoordt André. ,,Vroeger, toen de krant nog op groot formaat werd gedrukt, was er veel meer ruimte. Nu moeten we kiezen. En dan nog: er zijn clubs die tien keer achter elkaar in de krant staan, dan kom je een keer niet en hoor je de daaropvolgende keer: ‘Jullie waren er niet hè?’ Maar ik neem kritiek altijd ter harte. Soms hebben mensen gewoon gelijk, dan doen we daar iets aan. Wij werken niet met voorkeuren voor clubs, wij kiezen altijd op journalistieke gronden. De krant is geen clubblad. Veel clubs, vooral op de lagere niveaus, zijn gelukkig realistisch en kennen hun beperkingen. We maken een gebrek aan aandacht nu en dan ook goed met een verhaal in de doordeweekse krant, bijvoorbeeld een interview met een speler of clubman.”

Volledig scherm
© Thinkstock

Kritisch

Ook een kritisch verslag wordt niet altijd met gejuich ontvangen. ,, Natuurlijk krijgen onze verslaggevers weleens wat te horen op de velden. Maar een speler of trainer weet ook vaak zelf wel of een wedstrijd slecht of goed was.”

Lastige onderwerpen, zoals een vechtpartij of mishandeling, komen ook gewoon in de krant. ,,Als je een situatie netjes van beide kanten belicht, heb je daarna ook geen gezeur. Je laat de scheidsrechter aan het woord en beide partijen mogen hun verhaal doen. We zorgen altijd voor hoor en wederhoor. Bedreigingen door supporters komen zelden voor. Toen ik zelf nog als verslaggever werkte, was ik ooit bij een uit de hand gelopen wedstrijd in Dordrecht waar de mensen naar me schreeuwden: ‘Hier komt niks van in de krant!’ En ik heb eens gezien dat het rolletje uit de camera van een fotograaf werd gehaald. Maar als dit in mijn 33 jaar bij de krant drie keer is gebeurd, dan is het veel. Vrijwel altijd gaat het er aangenaam aan toe.”

Volledig scherm
© thinkstock

Prettig

Want, zo wil hij maar zeggen, het amateurvoetbal is toch vooral een prettige wereld om in te werken. ,,In het betaald voetbal heb je te maken met een persvoorlichter en werk je in een perszaal, bij de amateurs kun je voor aanvang gewoon nog even naar de trainer toe op het veld. Het is kleiner en toegankelijker. Wanneer je ergens komt, heb je altijd het gevoel dat je welkom bent, ze vinden het fijn dat je er bent. Bij een profclub weten ze niet beter, daar is het vanzelfsprekend dat er verslaggevers zijn. Je leert bovendien de mensen bij een club kennen, zoals de vrijwilligers die al hun vrije tijd in de vereniging steken. Dat is ook de charme van het amateurvoetbal.”

In De Ochtend Show to go vertelde Leandro Lopes, voorzitter van voetbalvereniging Spartaan ‘20 uit Rotterdam, over de magie van het amateurvoetbal. Bekijk hier de beelden: