Volledig scherm
© AFP

Schrijven over IS: Geen ‘huilverhalen’ van vrouwen die ons land de rug toekeerden

Over OnsEr zijn weinig dossiers zo emotioneel beladen als de mogelijke terugkeer van Nederlandse Syriëgangers naar ons land. Verslaggevers Carla van der Wal en Cyril Rosman volgen het ‘jihaddossier’ al jaren. Hoe checken we alle geruchten, hoe houden we contact met Syriëgangers en hoe laten we alle kanten van het verhaal zien?

Het is het einde van de zomer als we via via een foto krijgen toegestuurd van een ondervoed, jong Nederlands kindje. Hij lijkt ziek, zijn gezicht is uitdrukkingsloos, alsof hij gewend is geraakt aan die toestand. Het beeld is hartverscheurend, zeker omdat het gaat om een kind dat op een plek is waar hij zelf nooit heeft willen zijn en waar hij ook niet weg kan. Het is het jonge zoontje van een Nederlandse IS-vrouw. Sinds IS grotendeels verslagen is, zit zijn moeder met haar kinderen vast in een detentiekamp in Noord-Syrië. De boodschap bij de foto: het kind gaat hier dood, hij is ondervoed en ziek en de Koerdische bewakers willen hem en zijn moeder niet naar het ziekenhuis laten gaan. ,,Ze laten hem dood gaan.”

Elke keer afwegingen maken

We zijn geraakt door de foto, maar weten ook dat een artikel erover een mijnenveld is. Hoe weten we of de foto écht daar is gemaakt? En zelfs dan: het jongetje kan nergens iets aan doen, maar om hem heen spelen talloze belangen en emoties. Van de vrouwen in de kampen, van de slachtoffers van IS, van achtergebleven families in Nederland, van de verontruste Nederlandse burger en van politici. 

Zo komen er alleen maar meer vragen. Willen we het lot van dit jochie beschrijven? Of zoomen we dan teveel in op de daders, want zijn moeder hoorde wél bij terreurgroep IS. Vergeten we dan al die andere kinderen niet: de Yezidi-kinderen die door IS tot slaaf werden gemaakt? De Syrische en Irakese kinderen in Raqqa die stierven door de gevechten tussen IS en de de Westerse coalitie? We weten dat veel Nederlanders genoeg hebben van de ‘huilverhalen’ van vrouwen die ons land de rug toekeerden.

Uiteindelijk vinden we dat het verhaal van dit jongetje er óók toe doet: hij is het slachtoffer van een serie slechte beslissingen van zijn ouders en van de internationale politiek die de gevangen genomen IS-strijders nu als een hete aardappel gebruikt in hun eigen geopolitieke gevecht. En een doodziek kind medische zorg ontzeggen? Kinderen lijken wel áltijd de klos.

Volledig scherm
© EPA

De waarheid is wel eens anders

Maar daarmee zijn we er nog niet. We schrijven al jaren over dit dossier en weten: vaak, heel vaak zijn dingen anders dan ze lijken. We hebben al die jaren ook contacten met Syriëgangers, hun advocaten, hun families. We zagen de boodschappen van die Syriëgangers veranderen in de loop der jaren. Bloedfanatiek gingen sommigen naar Syrië, op social media gingen ze tekeer tegen de kuffar (de ongelovigen) en de ‘westerse leugenmedia’. Nu hebben ze die media nodig om om hulp te roepen vanuit de kampen, waar volgens hen de omstandigheden zo slecht zijn.

Dat kan waar zijn (de Koerdische overwinnaars zullen hun vijanden vast geen luxe verblijf aanbieden) maar het kan ook (te) sterk aangezet zijn: de vrouwen hebben een belang, ze willen er weg. Hoe is het er echt? Dat is lastig te controleren. We appen soms met de vrouwen in de kampen, via telefoons die ze daar verborgen houden. Er komen noodkreten terug. We hebben contact met hun families, spreken met hen af, maar ook die hebben een belang: ze willen dat hun kleinkinderen, neefjes en nichtjes door Nederland worden opgehaald. En zij baseren zich op dezelfde appjes als wij.

De Koerdische bewakers van de kampen hebben ook een belang: zij willen dat Europese landen hun eigen jihadisten komen ophalen. Hulporganisaties bevestigen wel dat het leven in de kampen slecht is , dat er ziektes heersen en kinderen sterven.

Hoe maken we contact met de IS vrouwen

Westerse journalisten ter plekke spreken met de vrouwen, maar mogen niet of maar heel kort in de kampen zijn en krijgen geen echt goed beeld van de omstandigheden. Gaan we zelf kijken? De vrouwen die worden geïnterviewd vertellen eigenlijk niet veel meer dan wat we via appjes horen. Je kunt ze vragen wat ze bij IS hebben gedaan en of ze spijt hebben, maar ze zeggen allemaal dat ze alleen maar huisvrouw waren en niets wisten van de gruwelen in het kalifaat. Een beeld dat lastig is om te geloven. En de vrouwen zeggen zelf: we kunnen met bewakers naast ons niet vrijuit praten.

Daarom zoeken we met de foto van het jongetje in de hand in Nederland verder. Zo wordt het verhaal mistiger: we zien andere appjes waaruit je zou kunnen opmaken dat de vrouw in kwestie van de bewakers wel naar het ziekenhuis mocht met haar zoontje, maar niet durfde te gaan omdat ze bang was in dat ziekenhuis mishandeld te worden. Onder de vrouwen in de kampen doen ook (spook)verhalen de ronde dat IS-kinderen in de ziekenhuizen express zouden worden gedood. Een gerucht waar geen spat bewijs voor is. De vrouw slaat ook radicale taal uit. Het maakt de zaak onduidelijk: want als je kind écht doodziek is, dan ga je toch naar een ziekenhuis? Hoe verontrustend de geruchten ook zijn.

We besluiten uiteindelijk: we maken geen verhaal over het jochie, er zijn te veel dingen onduidelijk. Hij moet overleven in een te complex krachtenveld, waarbij wij als journalisten het risico lopen partij te worden. We kunnen enkel hopen op beterschap voor dit jongetje, dat net als zo veel andere kinderen beter verdient.