Baudet stapt naar rechter, Buitenhof gaat uitlatingen niet rectificeren

Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet stapt naar de rechter om een rectificatie te eisen van het tv-programma Buitenhof. Volgens hem zijn in het programma ‘schandelijke leugens’ verspreid over wat hij tijdens een debat in de Tweede Kamer heeft gezegd. Buitenhof rectificeert niet.

De dingen die de presentatrice ‘mij in de mond legt’, heeft hij ‘absoluut niet gezegd’, twitterde Baudet over de uitzending van zondag. Hij voegde daarbij een deel van het letterlijke verslag van zijn woorden in de Kamer. Forum is tegen elke vorm van racisme, aldus de Forum-voorman.

Volgens de kersverse Buitenhof-presentatrice Natalie Righton baarde Baudet vorige week in de Kamer nogal opzien. Hij zou hebben gezegd ‘dat hij denkt dat de Europese Unie een vooropgezet plan heeft om het blanke Europese ras te vervangen voor Afrikaanse immigranten’.

Volledig scherm
© ANP

Stappen

De partij ziet zich nu genoodzaakt juridische stappen te ondernemen, laat een woordvoerder weten. De redactie van het programma weigert volgens die woordvoerder tot nu toe ieder commentaar, ondanks herhaaldelijke verzoeken om rectificatie. ,,Wij kunnen en willen deze aperte onwaarheden niet onweersproken laten en gaan ervan uit dat Buitenhof deze fouten recht zal zetten.”

Opvallend is dat Baudet een deel van zijn bijdrage aan het debat naar voren haalde, maar een ander deel niet. Zo zei Baudet in de Tweede Kamer onder meer: ,,De Europese Unie is een staat in wording. Al dat geld gaat naar de wording van die Staat. Dus naar het regelen van buitenlandse politiek. Naar het opzetten van veerdiensten om immigranten vanuit Afrika over te zetten naar Europa om de nationale identiteit te verzwakken zodat er geen nationale staten meer zijn.’’

Buitenhof liet in een reactie weten niet te zullen rectificeren. ‘De woordkeuze bij de vraagstelling is een juiste parafrasering van zowel de uitspraken van Thierry Baudet (die in het publieke debat ook in het licht werden geplaatst van eerdere uitspraken van hem over dit onderwerp) als de wijze waarop deze uitspraken werden opgevat door enkele Tweede Kamerleden en Minister de Jonge.’