Volledig scherm
Premier Mark Rutte en Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (VVD) tijdens het Tweede Kamerdebat over de omstreden memo's rond de afschaffing van de dividendbelasting. © ANP

De dividendlobby van Mark Rutte

Niemand komt er na acht jaar regeren zonder butsen en deuken vanaf. Maar de krassen die premier Mark Rutte deze week weer opliep, doen hem wel steeds meer pijn.

Volledig scherm
Premier Mark Rutte verlaat de plenaire zaal voor het diner tijdens het Tweede Kamerdebat over de omstreden memo's rond de afschaffing van de dividendbelasting. © ANP

Openlijk voor leugenaar uitgemaakt worden, Mark Rutte oogt er niet meer van onder de indruk. Dat tijdens het debat over de dividendmemo’s zelfs zijn oude vicepremier Lodewijk Asscher zei hem niet meer te vertrouwen, laat hem echter 'niet koud'.

Geloofwaardigheid is nu eenmaal de achilleshiel van de VVD-leider. Keer op keer vallen zijn tegenstanders hem daar op aan. Al sinds de verkiezingscampagne van 2012, waarin hij meermaals losjes met de waarheid omging. Hij beloofde dingen, die hij later niet waarmaakte (‘Geen euro meer naar Griekenland’) of speelde een opzichtig woordspelletje om zijn tegenstanders in een tv-debat op het verkeerde been te zetten (‘De VVD wil het eigen risico niet verhogen.’).

Rutte kwam daarna vaker in de problemen, maar kwam er altijd uit. Vaak na gebruik van bluf. ‘Hier moet u me echt even op vertrouwen’, is een gevleugelde uitspraak als hij zich verdedigt over ongerijmdheden die niet kloppen met wat hij eerder zei. Dat was deze week niet anders.

De VVD is onder Rutte een geoliede pr-machine geworden, waarbij goed wordt afgewogen hoe zaken kunnen overkomen bij de kiezer. Dat de partij daarom niet aan de grote klok wilde hangen hoe het zich deze zomer hard heeft gemaakt om de dividendbelasting af te schaffen, is niet raar. Het is een impopulaire maatregel die 1,4 miljard euro per jaar kost. Geld dat ten goede komt aan het buitenland en dat moet worden opgebracht door Nederlandse belastingbetalers, benadrukten ambtenaren van het ministerie van Financiën meermaals in memo’s aan het kabinet en aan de onderhandelaars. Dat is niet iets om goede sier mee te maken.

Prestige

Al jaren lobbyen grote bedrijven voor afschaffing van de belasting. Vorig jaar nog doet werkgeverskoepel VNO/NCW dat in een pleitnota aan de formerende partijen. Unilever-topman Paul Polman heeft er op 13 juni een gesprek over met toenmalig staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes.

De VVD (die de maatregel niet in haar verkiezingsprogramma had staan) toont zich gevoelig voor de lobby. Daar zijn ook wel argumenten voor te geven. Door de aanstaande brexit is het Verenigd Koninkrijk met gunstige belastingmaatregelen bedrijven aan het lokken. Unilever, maar ook Shell overwegen (al dan niet gedwongen door hun aandeelhouders) hun hoofdkantoor te verplaatsen naar Engeland. Als dat gebeurt, verliest Nederland sowieso twee derde van de inkomsten die het genereert door de dividendbelasting. Nog los van alle andere inkomsten die het dan mist, zoals vennootschapsbelasting en het verlies aan banen en prestige voor Nederland als vestigingsland.

Toch moet Rutte hebben aangevoeld dat de maatregel gevoelig ligt. Zeker omdat hij ook oud-medewerker van Unilever is. Hij vraagt partijgenoot (en oud Shell-medewerker) Wiebes in augustus een stuk op te stellen met argumenten om zijn onderhandelingspartners Buma (CDA), Pechtold (D66) en Segers (ChristenUnie) te overtuigen. Rutte brengt dat stuk niet aan de gezamenlijke onderhandelingstafel, maar gaat langs op hun werkkamers om de anderen apart van elkaar te belobbyen, zo erkennen ze alledrie deze week.

Strenge bonusbeleid

Volledig scherm
Een portret van Kamerlid Eppo Bruins. © ANP

De Rutte-lobby werkt. Er wordt door de fiscaal specialisten van CDA, D66 en ChristenUnie informatie opgevraagd bij ministeries, die in een speciale mailbox binnenkomt. Het compromis ligt snel op tafel: als er tegelijk ook andere dingen worden afgesproken, zoals bijvoorbeeld invoering van een nieuwe belasting voor brievenbusfirma’s en handhaving van het strenge bonusbeleid. Daarna wordt aan de hoofdtafel het paragraafje ‘vestigingsklimaat’ voor het regeerakkoord al rap goedgekeurd.

Eigenlijk is er amper over vergaderd, zo bleek deze week uit het debat. Ook al ging het om een maatregel van 1,4 miljard waar de andere drie aanvankelijk niet voor voelden. En alle stukken waaruit blijkt hoe de passage in het regeerakkoord is gekomen, hoeven volgens de door de Kamer zelf opgestelde regels niet openbaar te worden gemaakt.

Rutte heeft er nooit een geheim van gemaakt waarom hij de maatregel nodig vond. Hij heeft alle argumenten openlijk gedeeld. Waar hij wel voor waakt, is dat deze maatregel uit het regeerakkoord als een uitdrukkelijke VVD-wens wordt gezien. Als ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins later zegt dat deze afspraak ‘een meloen was om door te slikken’ of CDA’er Pieter Omtzigt zegt dat het idee ‘in elk geval niet van het CDA kwam’, vallen er harde woorden achter de schermen van de coalitie.

Verdoezelen

Inmiddels ligt de hele totstandkoming van deze passage uit het regeerakkoord alsnog op straat. Uit een peiling van Maurice de Hond bleek dat slechts 21 procent van de ondervraagden gelooft dat Rutte niets heeft geprobeerd te verdoezelen. De rest denkt dat hij in meer of mindere mate iets te verbergen heeft. Asscher, die bijna vijf jaar met hem in de Trêveszaal zat, is er daar inmiddels een van. Het vertrouwen is weg, sneerde hij woensdag na afloop van het debat.

Tot nu toe speelde dergelijke polls over betrouwbaarheid amper een rol in het stemgedrag van kiezer. Dat bleek weer bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, waar de VVD een klein winstje boekte. Maar ook Rutte weet dat het beeld van leugenaar – als de oppositie het maar vaak genoeg blijft herhalen – uiteindelijk onherroepelijk aan hem zal blijven plakken.

En het zal vast nog eens gebeuren. ,,Ik zit nu zeventien jaar in de politiek en ik blijf fouten maken,'' zei Rutte er gisteren zelf over.

Zijn omgeving roept te pas en te onpas dat hij serieus zou overwegen straks op te gaan voor een vierde termijn. Zo houdt Rutte zijn beoogd opvolger Klaas Dijkhoff uit de wind en kan hij een paar maanden voor de volgende verkiezingen de temperatuur van het water testen voor zichzelf. Inschatten of hij in het oog van de kiezers inmiddels toch te veel is beschadigd.