Volledig scherm
PREMIUM
Hans van Soest. © AD

Dividendtax is prestigeproject geworden

CommentaarDe afschaffing van de dividendbelasting is een prestigeproject geworden van premier Rutte, betoogt chef parlement Hans van Soest. Daardoor is afzien van het omstreden plan geen optie meer, terwijl dat misschien wel verstandiger is. 

Quote

Het wordt wel heel lastig voor het kabinet om er nog op terug te komen

Het kabinet sluit vandaag de zomervakantie af met een informele sessie op het Catshuis. Vanaf morgen gaan de bewindslieden met elkaar in de clinch over de begroting voor 2019 die met Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Tijdens de Catshuissessie zal premier Rutte investeren in de teamgeest van zijn ploeg. Dat is nodig na het nieuws dat de bij de coalitiepartners toch al zo weinig populaire afschaffing van de dividendbelasting veel meer geld gaat kosten dan gedacht.

De dividendbelasting is een prestigeproject geworden voor vooral Mark Rutte zelf. De ambtenaren van het ministerie van Financiën zagen niets in het afschaffen van de belasting die alleen buitenlandse aandeelhouders van hier gevestigde multinationals ten goede komt (of anders buitenlandse overheden waar ze dat niet meer kunnen aftrekken). Maar het was Rutte die tijdens de formatie bij de onderhandelaars van de andere partijen langs ging om hen ervan te overtuigen dat het toch echt hard nodig was om Nederland aantrekkelijk te houden als vestigingsland. Bij het opstellen van het regeerakkoord gingen de partijen er nog vanuit dat die lastenverlichting 1,4 miljard euro per jaar gaat kosten. Inmiddels heeft Unilever mede na die aankondiging besloten het hoofdkantoor in Rotterdam en niet in Londen te vestigen. Het wordt wel heel lastig voor het kabinet om er nog op terug te komen, ook al blijkt nu dat de kosten oplopen tot 2 miljard euro per jaar.

Dat de dividendbelasting een prestigeproject is geworden, staat een fatsoenlijke inhoudelijke discussie in de weg. Terwijl die wel zou moeten plaatsvinden. Vorige week waarschuwde het Centraal Planbureau dat de economische groei weliswaar aanhoudt, maar de risico’s op een nieuwe recessie toenemen door onder meer de Brexit en de dreigende handelsoorlog. Juist nu zou het kabinet klinisch moeten afwegen hoe Nederland het best kan worden gewapend tegen een nieuwe economische dip. Misschien is het een verstandige maatregel, maar is er nog ruimte om te kijken of we ons belastinggeld slimmer kunnen besteden? Nee, die lijkt er niet meer te zijn. En dat is onverstandig.