Minister-president Mark Rutte bracht in 2013 een bezoek aan een klas met Afghaanse agenten in opleiding tijdens zijn bezoek aan de Police Training Group in Kunduz.
Volledig scherm
Minister-president Mark Rutte bracht in 2013 een bezoek aan een klas met Afghaanse agenten in opleiding tijdens zijn bezoek aan de Police Training Group in Kunduz. © ANP

Druk op ambtenaren leidde tot te rooskleurig beeld Kunduz-missie

De Tweede Kamer is indertijd onvolledig en onjuist geïnformeerd over de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz. Reden daarvoor was dat de missieleiding druk uitoefende op ambtenaren om in rapportages aan het parlement een positief beeld te schetsen, ‘ook al klopte dat niet met de werkelijkheid’.

Hoewel er feitelijk te weinig cursisten waren om te trainen, kreeg de Kamer een rooskleurig beeld voorgeschoteld, zo blijkt uit de post-missiebeoordeling (PMB), die het kabinet naar de Kamer heeft gestuurd. Zo werden in rapportages over het aantal getrainde agenten reeds afgehaakte cursisten meegeteld, werden cursisten die verschillende trainingen ontvingen meerdere malen meegeteld, en kregen mensen een certificaat die hier volgens de richtlijnen niet voor in aanmerking kwamen.

Ook werd de Kamer verteld dat bijna 2000 agenten alfabetiseringsonderwijs zouden hebben afgerond, terwijl dat aantal feitelijk sloeg op het aantal agenten dat een vorm van onderwijs had gehad in plaats van een afgeronde opleiding.

Krap

Uit het rapport blijkt dat de missieleiding er veel aan gelegen was om het draagvlak voor de missie te behouden. De parlementaire steun voor de politiemissie, die tussen 2011 en 2013 werd uitgevoerd, was relatief krap en kwam pas tot stand nadat het kabinet eisen van toenmalige oppositiepartijen GroenLinks en ChristenUnie had ingewilligd.

Toezeggingen die aan deze partijen werden gedaan bemoeilijkten de missie en sloten niet aan bij de behoeften van de Afghanen en internationale bondgenoten, zo wordt geconcludeerd in het rapport. Door Nederland getrainde politiemensen mochten bijvoorbeeld alleen binnen Kunduz geplaatst worden en alleen defensief worden ingezet. Ook was de missieduur te kort om institutionele en culturele veranderingen te kunnen bereiken.

‘Ernstige conclusie’

Het kabinet erkent in een reactie dat er fouten zijn gemaakt. Achteraf blijkt dat er ‘op verschillende niveaus en bij verschillende departementen onvoldoende ruimte en aandacht’ was om de ‘negatieve en positieve kanten van de missieresultaten op een evenwichtige manier te rapporteren’, schrijven de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken), Ank Bijleveld (Defensie), Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid).

,,Dit is een ernstige conclusie”, concluderen zij in de brief. Het parlement moet er volgens het viertal op kunnen vertrouwen dat rapportages een zo nauwkeurig mogelijke weergave van de missieresultaten bevatten. ,,Personeel moet de ruimte voelen om kritische of negatieve inzichten te kunnen rapporteren en leidinggevenden moeten ervoor zorgen deze boodschappen op een evenwichtige en transparante wijze doorklinken in rapportages aan Den Haag. Ook in de Haagse realiteit moet acceptatie zijn voor onwelgevallige berichten, en die moeten hun weg kunnen vinden in rapportages aan uw Kamer”, aldus de kabinetsleden.