Volledig scherm
© MARTIJN BEEKMAN

Frank de Grave: Politiek is een ladder waar je vroeg of laat een keer af valt

Vissen met JanDit is de zesde aflevering van de interviewserie Vissen met Jan, waarin politiek verslaggever Jan Hoedeman elke week met een politicus praat over leven en politiek. Deze week: VVD-senator Frank de Grave.

Onherkenbaar komt hij het noordelijke havenhoofd van Scheveningen opgelopen. Frank de Grave (63) verraadt zich echter door zijn motoriek: korte stappen, snelle bewegingen. Onder het groene zonnehoedje bevindt zich de scheidende VVD-senator met een ruime staat van politieke dienst.

Hij heeft er zin in en is niet van plan weg te gaan zonder vis. Toch moet De Grave tegen zonsondergang met lege handen het havenhoofd verlaten. Er is één mossel gevangen.

Veertig jaar in de Nederlandse politiek heeft Frank de Grave erop zitten. Voorzitter van de JOVD, gemeenteraadslid en wethouder in Amsterdam, Tweede Kamerlid, waarnemend burgemeester van Amsterdam, staatssecretaris van Sociale Zaken, minister van Defensie en een reeks voorzitterschappen in de volksgezondheidssfeer. Journalist Jan Tromp schreef er recent een boek over 'Grote jongen zijn’.

Volledig scherm
© MARTIJN BEEKMAN

Hoe belangrijk is het dat je opgewekt in het leven staat als je het veertig jaar wilt volhouden in de politieke instituties?
,,Het is altijd goed een beetje opgeruimd en opgewekt te zijn. Ik zou liever willen zeggen dat het erg helpt niet alleen met jezelf bezig te zijn, maar je ook te kunnen verplaatsen in een ander. Een democratie is opgeknipt in heel veel partjes. En om iets te bereiken heb je al die partjes nodig. Dat betekent dat je heel veel moet investeren in door krijgen wat anderen beweegt. Maar je verplaatsen in een ander helpt ook enorm om dingen makkelijker te accepteren, want het is zelden persoonlijk.’’

Wat hebt u moeten slikken?
,,Natuurlijk heb je in het leven dingen die anders lopen dan jij hoopte. Voor mij was dat in 1994, bij de totstandkoming van het paarse kabinet. Ik was zeer pro-paars en in media werd gespeculeerd dat ik minister van Financiën zou worden. Maar ik werd het niet, dat werd Gerrit Zalm. Ik kreeg een telefoontje van Frits Bolkestein die me uitlegde waarom ik geen minister zou worden. Er was veel weerstand in de rechtervleugel onder leiding van Wiegel. Dus hij moest met Zalm een vertrouwenwekkend signaal afgeven.’’

Volledig scherm
© MARTIJN BEEKMAN

Dat deed pijn.
,,Daar kun je op twee manieren op reageren. Mensen kunnen zoiets op zichzelf betrekken: schande dat ze mij gepasseerd hebben. Maar er zit logica achter. En als je je daar voor probeert open te stellen, kan je dat ook makkelijker begrijpen. De politiek is een ladder waarop je omhoog klimt. Je valt er een keer af, je weet alleen niet wanneer. Na paars is mij dat ook gebeurd. Logisch dat als je zo uitgesproken paars bent en na de Fortuyn-revolutie wordt paars wordt afgeserveerd, dan raakt mij dat ook.’’

Maakt het feit dat u overal bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid hebt gedragen u niet zeer geschikt als lid van de Raad van State?
,,Uit de terugkoppeling van de Raad van State begreep ik dat ze mij graag als lid wilden hebben. Los van het feit dat ik de goede kwalificaties heb omdat jurist ben, vonden ze het vooral interessant dat ik veel verschillende plekken meeneem. Als het bijvoorbeeld gaat over administratieve lastendruk voor bedrijven, dat ik niet alleen de politieke kant zie, maar ook vanuit bedrijven weet hoe het nu eigenlijk werkt.’’

Wat heeft de Raad van State daaraan?
,,Doordat je vanuit je ervaring kunt analyseren waar dat vandaan komt, kun je tegen de overheid zeggen: pas nou eens op. Als het eenmaal vol is, dan loopt het over. Je moet niet alleen maar kijken van wat voegt het toe, maar hoeveel administratieve lastendruk is er al. En dan moet je een nieuwe afweging maken. Of het kabinet wat met dat advies doet is vers twee. Je hoopt te kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van regelgeving. Met alle respect, wetten en regels maken, dat is toch het instrument van de democratie. Ik ben daar wel gemotiveerd voor.’’

Verdient uw vrouw niet een onderscheiding omdat u er in die veertig jaar heel vaak niet bent geweest?
,,Mijn vrouw verdient om heel veel redenen een onderscheiding. Daarom zijn we ook nog steeds bij elkaar met heel veel plezier en genoegen. In de eerste plaats wist ze wel waar ze aan begon. Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn ambitie de politiek in te gaan. Het vergt wel een relatie die dat kan dragen. Dat is niet altijd mogelijk.’’

Volledig scherm
© MARTIJN BEEKMAN

Een huwelijk waarbinnen er één politicus is, dat is vaak een mijnenveld.
,,Relatief sneuvelen er in de politiek veel relaties. Omdat het inderdaad zo is dat je de tijd slecht kunt beheersen: je bent afhankelijk van de omstandigheden. Er zijn veel verleidingen: je bent veel weg en uithuizig en er loop van alles en nog wat rond. Macht eh… nou ja, dat is bekend. Je moet wel stevig in je schoenen staan. Bij ons is uiteindelijk het succes geweest dat Dorienke een eigen loopbaan heeft gehad, ze heeft een mooie carrière als advocaat. De consequentie van mijn leven is geweest dat zij meer de zorg voor de kinderen op zich moest nemen dan ik.’’

Maar nu is uw vrouw aan de beurt: zij is Amsterdams gemeenteraadslid geworden.
,,Het is geestig dat het nu een klein beetje andersom is. Als zij gemeenteraad heeft, krijg ik berichtjes krijg: ,,doe even boodschappen, ik wil graag dit of dat.’’ Toen ze werd geïnstalleerd tot raadslid heb ik een beetje gekscherend gezegd: ,ik loop wel even achter je, want Bill loopt ook achter Hillary.’’

Hebt u niet de vrees dat u in de Raad van State wordt opgeborgen in een knekelhuis?
,,Dit is een zeer oneerbiedige omschrijving, maar ik begrijp de vraag. Ik denk niet dat ik twintig jaar geleden daar aan zou hebben gedacht. Maar zoals het vaker gaat evolueren mensen. Ik heb nog heel veel energie en vind veel dingen interessant . Er is wel zoiets als een relativering bij het op de voorgrond staan, dat heb ik nu wel genoeg gedaan. Ik vind het een hele mooie afronding te werken in dat hoge college van staat, dat toch een belangrijke rol speelt bij allerlei soorten wetgeving. Dat is toch de kern van de democratie. Het is een klein groepje mensen je hebt veertien staatsraden. Dat is beslist een interessante plek, ik denk dat ik er genoeg van mezelf in kwijt kan.’’

Bent u niet blij dat u door uw vertrek uit de senaat de afschaffing van de dividendbelasting niet hoeft goed te keuren?
,,De Raad van State heeft mij voorgedragen bij het kabinet. Maar dat zal ongetwijfeld een spannend debat worden. Er zijn heel goede redenen het af te schaffen. Maar het beeld is nu toch dat de coalitie in een vlaag van verstandsverbijstering of onder grote druk van het bedrijfsleven iets heeft gedaan wat geen mens begrijpt. Dat beeld is niet voor niets ontstaan en dat is heel slecht. Degenen die daar medeverantwoordelijk voor zijn moeten zich eens achter hun oren krabben.’’

Wie moeten zich achter de oren krabben?
,,Ik hoop dat dit een wake up call is voor het bedrijfsleven: hoe gaan we om met onze rol. Hoe gaan we zorgen dat het imago van het bedrijfsleven in de samenleving verbetert? Want ik herken een zekere mate van aversie bij mensen in het publiek tegen grote bedrijfsleven waarbij men de lusten en de lasten onevenwichtig vindt. Dat de winsten blijven stijgen terwijl de lonen achterblijven. Waarom gaan die topinkomens steeds maar weer omhoog. Of het nou het ING salaris van Hamers is, of de NAM en de Shell in Groningen… Alles bij elkaar culmineert dat bij de dividendbelasting naar een sentiment. Er zit een zeker gevoel in: regels gelden voor ons allemaal, behalve voor bedrijven die zo groot en machtig zijn dat ze zich er aan kunnen onttrekken. Dat is kwetsbaar. ’’

Het lijkt alsof het bedrijfsleven daar niets van snapt.
,,Ik ben geen tegenstander van het bedrijfsleven en al helemaal niet van het grote bedrijfsleven. Maar ze moeten zich realiseren dat ze deel uitmaken van de samenleving. Ik merk bij mezelf irritatie bij de milieutafels. Captains of industry hebben allemaal grote verhalen over het klimaat. En dan komt het op concrete stappen aan en dan roept het bedrijfsleven: dat moet de overheid betalen, lees de belastingbetaler! Dan denk ik jongens, doe nou eens wat waarbij je uitstraalt dat je bijdraagt aan de oplossing. Nu is het gevoel is altijd: als er een probleem is, moet de overheid en de belastingsbetaler dat oplossen en voor de rest moet het bedrijfsleven alleen maar gefaciliteerd worden. Dat is niet in balans, daar ligt het probleem. Als ik er zo over spreek als VVD’er, ik ben geen SP’er, dan is dat een signaal. Dat dividendbelastingdossier is de metafoor voor een breder thema.’’

AAN DE HAAK

Vissen
,,Als kind vond ik dat vissen ongelooflijk spannend. Met opa en oom Karel mee de plassen op met dat bootje om half zes ’s ochtends. Nu ik 63 ben en wat minder razerig ben denk ik weleens hé! Als ik nou nog meer tijd krijg, ga ik het weer doen. Want het is vooral het gevoel van rust in de natuur met jezelf en naar dat dobbertje turen. Die competitie met de vis, wie is de slimste.’’

Kopspijkers
,,Niemand vindt het gewoon leuk als hij belachelijk wordt gemaakt. Dat is gewoon niet leuk. Ik ben geen masochist, dus ik keek niet. Het had wel impact op mijn kinderen. Dat hebben ze thuis voor mij verborgen gehouden. Toen er een DVD van Kopspijkers verdween heb ik het eerst exemplaar geaccepteerd. Ik heb de VARA bedankt: ik had nog nooit zoveel voorkeursstemmen gekregen!’’

Volledig scherm
© MARTIJN BEEKMAN