Volledig scherm
Minister Wopke Hoekstra van Financiën tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Kamer. © ANP

Hoekstra wil staatsschuld veel verder omlaag brengen

Minister van Financiën Wopke Hoekstra wil de komende jaren de staatsschuld veel verder omlaag brengen dan het niveau van 49,1 procent in 2019. Hij kijkt met jaloerse blikken naar Scandinavische en Baltische lidstaten waarvan een aantal net boven de 30 tot slechts 4 procent schuld heeft. ,,Er is dus nog een heleboel te winnen”, zei Hoekstra tijdens de tweede dag van de Financiële Beschouwingen.

Volgens Hoekstra moet Nederland doorgaan met het aanleggen van buffers om eventuele economische tegenwind op te kunnen vangen. Met een begrotingsoverschot van 1 procent, goed voor 8 miljard euro, is het kabinet daarmee volgens hem op de juiste weg.

Koekoeksjong

Toch staan niet alle seinen op groen. Het zogeheten structurele saldo, dat geschoond is van de stand van de economie, vertoont een tekort. Mocht dat verder oplopen, dan moet het kabinet ‘herkalibreren’, ofwel de begroting tegen het licht houden, stelt de CDA-minister. ,,Maar volgens mij zijn we daar nog niet”, zei hij erbij.

Hoekstra deelt de zorg van de Tweede Kamer over de doorgaande groei van de zorguitgaven, ondanks maatregelen die zijn genomen om die groei te beperken. ,,We zien dat de zorg in sommige opzichten binnen het nest van de rijksoverheid een koekoeksjong is, dat het vermogen heeft om de anderen eruit te duwen”, zei hij.

Beter en goedkoper

Daarnaast leggen de uitgaven aan de AOW een steeds groter beslag op de sociale zekerheid, die komend jaar met 81,8 miljard euro de grootste post is op de begroting. ,,Het kabinet kan niet alleen maar wachten maar zal ook moeten handelen”, zei Hoekstra, die het woord bezuinigingen zorgvuldig meed. Wel moet er worden nagedacht hoe het ‘beter en goedkoper’ kan, stelde hij.

Hoekstra verdedigde het besluit om 2,9 miljard euro aan niet gedane uitgaven in de staatsschuld te stoppen. ,,Het is niet zo dat ik dat geld niet wil uitgeven, maar het moet wel doelmatig. Het is niet zo dat het geld op moet”, aldus de minister.