Volledig scherm
© Thinkstock

Inspectie slaat alarm: onderwijs glijdt af

Het onderwijs in Nederland holt al twintig jaar achteruit. Inmiddels komen er jaarlijks 3.500 leerlingen van de basisschool af die – na acht jaar les – niet goed kunnen lezen. Die scholieren zijn laaggeletterd; een stapje boven analfabeet. Van 13.000 kinderen blijft het rekenniveau ver achter.

Quote

We dachten dat de groep laaggelet­ter­de asielzoe­kers­kin­de­ren waren, maar die zijn buiten beschou­wing gelaten in dit onderzoek

Die alarmerende conclusie trekt de Inspectie van het Onderwijs vandaag in haar jaarverslag. Een verklaring voor de sterke daling heeft de inspectie niet. ,,We dachten eerst bijvoorbeeld dat de groep laaggeletterde asielzoekerskinderen waren, maar die zijn buiten beschouwing gelaten in dit onderzoek'', stelt een woordvoerder.

De toezichthouder stelt dat Nederland – ooit wereldwijd een voorloper – inmiddels links en rechts wordt voorbijgestreefd door andere landen. Maar ook uit onderzoek in eigen land komt een beeld van afkalvend onderwijs naar voren, niet alleen op het gebied van taal en rekenen, maar ook bij cultuur- en natuurlessen, techniek en gym. Ook op het voortgezet onderwijs dalen de prestaties. Daar zijn vooral minder uitblinkers.

Dit rapport dwingt ons tot het stellen van duidelijke prioriteiten’, reageren minister Ingrid van Engelshoven (
Onderwijs) en minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs)  in een eerste reactie. ‘Waar de afgelopen jaren de eisen aan scholen steeds verder zijn uitgedijd, moeten we terug naar duidelijke leerdoelen. Ook moeten we de Haagse reflex weerstaan om het onderwijs nu direct te overladen met nieuwe actieplannen.’

Mengen

In het jaarverslag bekijkt de inspectie ieder jaar hoe het met het onderwijs in ons land gesteld is. Dit keer heeft de inspectie niet alleen een ‘foto’ gemaakt, maar ook een ‘film’ van de afgelopen twintig jaar. Daaruit blijkt dat de onderwijsprestaties van leerlingen geleidelijk maar gestaag afnemen.

De inspectie houdt een verkapt pleidooi om kinderen van lager- en hogeropgeleiden vaker te mengen. Ouders met een academische opleiding sturen hun kinderen bijvoorbeeld opvallend vaak naar een basisschool waar andere ouders óók een universitaire graad hebben.

Ongelijkheid

Quote

Scholen worstelen met een overladen lesprogram­ma en hun bordje wordt alsmaar verder vol geschept

Rinda den Besten, voorzitter PO-Raad

De kansongelijkheid, waar de inspectie in 2016 ook al alarm over sloeg, neemt zienderogen toe, vooral op sociaal-economische kenmerken: het inkomen en opleidingsniveau van de ouders. Zo eindigen kinderen met laagopgeleide ouders vaker op een lager schoolniveau dan kinderen met hoogopgeleide ouders. Hetzelfde geldt voor gezinnen met lagere inkomens: deze kinderen zijn vaker laagopgeleid.

De inspectie vreest dat veel kinderen zo in een 'bubbel' terechtkomen, waardoor ze niet meer met andere kinderen in aanraking komen. Ouders sturen hun kinderen het liefst naar een school met ‘ons soort mensen’ in plaats van een school om de hoek. ,,De school was altijd de verbindende factor'', zegt de woordvoerder. ,,Die rol dreigt nu onder druk te komen.''

Tegelijkertijd constateert de inspectie wel dat middelbare schoolleerlingen meer kansen hebben om door te groeien: er worden vaker dubbele adviezen (vmbo/havo of havo/vwo) gegeven en ‘stapelen’, opklimmen binnen het voortgezet onderwijs door bijvoorbeeld na het vmbo ook havo te doen, gebeurt vaker.

De onderwijsinspectie kraakt nog wel kritische noten over het ‘wankele evenwicht’ tussen wat onderwijsbesturen zelf mogen bepalen en de sturing door de overheid. ,,Er dreigt vrijblijvendheid te ontstaan'', stelt de woordvoerder. Scholen benutten niet altijd de ruimte die zij hebben, maar de overheid is ook niet duidelijk over wat zij van scholen verwachten. Hierdoor komt het burgerschapsonderwijs maar niet van de grond.

Focussen

Quote

Dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt is, ook met dit rapport in de hand, niet vol te houden

Paul Rosenmöller, voorzitter VO-Raad
Volledig scherm
Paul Rosenmöller © ANP

,,Zorgelijk, maar niet heel verrassend'', reageert Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad. ,,We staan voor flinke uitdagingen: een tekort aan bekostiging en een groeiend lerarentekort door te lage salarissen. Scholen worstelen met een overladen lesprogramma en hun bordje wordt alsmaar verder vol geschept. Ondanks dat, moeten we ook naar onszelf kijken wat we beter moeten doen. Scherper focus aanbrengen, goed zicht hebben op de eigen kwaliteit, en daarover verantwoording willen afleggen, hoort daarbij.''

Werkgeversorganisatie VO-raad is een hele andere mening toegedaan. De conclusies van de inspectie zijn 'eenzijdig en daarmee onterecht', meent v
oorzitter Paul Rosenmöller: ,,Wij zullen de eersten zijn die beamen dat er ruimte is voor verbetering en daar wordt op scholen hard aan gewerkt. Maar dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt is, ook met dit rapport in de hand, niet vol te houden. Al helemaal niet in een tijd dat er geen euro extra geïnvesteerd wordt in leraren in het VO, er nog steeds verkeerde prikkels in het systeem zitten en de maatschappelijke opdracht van scholen alleen maar complexer wordt''. De VO-raad is het wel eens met de inspectie dat kansengelijkheid blijvend aandacht vraagt in het onderwijs.

Slob wil zo snel mogelijk met de PO- en VO-Raad om tafel om te kijken hoe het nu verder moet. ‘Er wordt veel gevraagd van scholen en we mogen ze niet in de kou laten staan.’