Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken voerde gisteravond nog koortsachtig overleg met de coalitiepartijen over aanpassingen van de inlichtingenwet.
Volledig scherm
Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken voerde gisteravond nog koortsachtig overleg met de coalitiepartijen over aanpassingen van de inlichtingenwet. © ANP

Kabinet past aftapwet aan na 'nee' bij referendum: wat verandert er?

Het kabinet past de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) aan. Dat heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken vanmiddag bekendgemaakt. Tijdens het referendum op 21 maart stemde een meerderheid van de kiezers tegen de wet. Wat verandert er nu?

1. Het 'sleepnet' wordt gerichter

Tegenstanders van de inlichtingenwet vonden het een slechte zaak dat de geheime diensten straks ongericht communicatie mogen onderscheppen via de kabel. Om die critici tegemoet te komen, komt in de wet te staan dat het aftappen ‘zo gericht mogelijk’ moet gebeuren. Deze toezegging deden coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie trouwens al eerder, maar het kabinet zet dit nu dus zwart op wit.

2. Buitenland krijgt data niet zomaar

De regels voor het delen van informatie met buitenlandse veiligheidsdiensten worden een klein beetje strenger. Nu staat in de wet dat die informatie ongezien mag worden doorgespeeld aan het buitenland. Om te voorkomen dat de data wordt misbruikt, moet straks altijd eerst een ‘wegingsnotitie’ worden gemaakt. Uit dat document moet blijken dat de betreffende dienst informatie alleen gebruikt voor de bestrijding van terreur of criminaliteit. Is dat niet zo, dan krijgt het buitenland niets. Dit was al vaker beloofd, maar wordt nu echt in de wet vastgelegd.

3. Bewaartermijn soms korter

Volgens de wet mogen de diensten onderschepte gegevens drie jaar lang bewaren. Veel te lang, vinden tegenstanders. Het kabinet heeft nu besloten om gedurende drie jaar elk jaar te bekijken of het nog nodig is om gegevens langer te bewaren. Dat betekent dat de diensten sommige gegevens al na één jaar moeten weggooien.

Zijn de tegenstemmers nu tevreden?

Bij het referendum op 21 maart stemde ruim 49 procent van de kiezers tegen de inlichtingenwet, tegenover 46,5 procent voor. Die uitkomst verplicht het kabinet naar eigen zeggen om iets te doen aan de wet, ook al zijn die aanpassingen – volgens een deel van de tegenstanders – minimaal.

Voor regeringspartij D66 was het ontzettend belangrijk dat de tegenstem van het volk niet werd genegeerd. Bij het referendum stemden veel hoogopgeleide jongeren tegen: een doelgroep die belangrijk is voor D66. Driekwart van de D66-achterban verwachtte dan ook aanpassingen, bleek uit opiniepeilingen. Bij VVD en CDA was die wens onder de achterban een stuk kleiner. Toch hebben álle regeringspartijen nu ingestemd met deze aanpassingen. ,,We komen tegenstanders in mijn ogen écht tegemoet", zegt minister Ollongren.

Maar voor privacyorganisaties gaat het allemaal niet ver genoeg. ,,Het is oude wijn in nieuwe zakken", zegt een woordvoerder van Bits of Freedom. ,,Voor ons is dit onvoldoende, hiermee wordt de kritiek van de tegenstanders niet weggenomen. Het is een verbetering dat de maximale bewaartermijn van drie jaar nu is opgeknipt en elk jaar opnieuw moet worden bekeken of die gegevens nog langer bewaard moeten blijven. Maar het kernprobleem van de sleepwet, namelijk dat er op grote schaal stelselmatig gegevens verzameld kunnen worden, blijft bestaan.”

Sommige partijen in de Tweede Kamer zijn ook kritisch. Volgens SP-Kamerlid Ronald van Raak legt het kabinet de tegenstem van de bevolking 'hooghartig naast zich neer'. Aanstaande dinsdag wordt er een debat over gehouden. Dan zal minister Ollongren de plannen moeten verdedigen.

De inlichtingenwet gaat 1 mei in

Het kabinet wil nog steeds dat de nieuwe inlichtingenwet gewoon ingaat op 1 mei. Minister Ollongren gaat daarom aan de slag met aparte wetgeving om bovenstaande aanpassingen door te voeren. Dat duurt minimaal een paar maanden. Ondertussen moeten de geheime diensten zich al wel houden aan de aangepaste regels.

  1. Moet Nederland in coronatijd de beurs wel trekken voor het zuiden?
    PREMIUM
    Geldoorlog in Europa

    Moet Nederland in coronatijd de beurs wel trekken voor het zuiden?

    De coronacrisis zet het debat over steun aan de (arme) zuidelijke eurolanden opnieuw op scherp. Alle aandacht in Europa gaat momenteel uit naar de ‘oorlog tegen het virus’. Maar tegelijk woedt er een andere, veel oudere, oorlog in Europa: wie draait op voor de kosten? Nog specifieker: zullen rijke landen als Duitsland en Nederland wederom de portemonnee moeten trekken om Italië, Spanje en Frankrijk er bovenop te helpen?