Volledig scherm
Foto ter illustratie. © ANP

Kleine basisscholen krijgen extra geld om kwaliteit op te krikken

Kleine basisscholen met minder dan 145 leerlingen krijgen tot 20.000 euro extra om de kwaliteit van het onderwijs op te krikken. Hoe kleiner de school, hoe meer extra geld beschikbaar komt.

Dat maakt het ministerie van Onderwijs vandaag bekend. Piepkleine scholen met 50 scholieren of minder krijgen vanaf schooljaar 2019/2020 het meeste geld: 20.000 euro extra per jaar. Scholen met 75 leerlingen krijgen 15.000 euro, met 100 scholieren 10.000 euro en met 125 leerlingen 5.000 euro. Scholen met 145 scholieren krijgen slecht 500 euro extra per jaar.

De bedragen komen bovenop de bestaande kleinescholentoeslag. Zo kan een heel kleine school zich volgend schooljaar verheugen op 145.000 euro in plaats van 125.000 euro. Een ‘grote’ kleine school gaat van 1.500 naar 2.000 euro extra.

In het regeerakkoord werd al afgesproken dat de kleine scholen er 20 miljoen euro bij krijgen in aanvulling op de 120 miljoen euro die jaarlijks al beschikbaar is. In Nederland staan ongeveer 2.000 kleine scholen, vooral in kleine dorpen en krimpgebieden.

Zwak

Volledig scherm
Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media (ChristenUnie). © ANP

Kleine basisscholen worden vaker beoordeeld als zwak. Op die scholen zijn de kosten per leerling relatief hoger dan op een grotere basisschool. Om te zorgen dat de scholen toch genoeg personeel kunnen aannemen en het onderwijs op peil houden, krijgen ze extra geld. ,,Ieder kind heeft recht op goed onderwijs, of het nu op een kleine of een grote school zit”, vindt minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs.

Zijn voorganger, Sander Dekker, wilde de toeslag in 2013 nog schrappen. De Onderwijsraad adviseerde hem toen alle scholen met minder dan 100 leerlingen te sluiten. In 2014 sloten D66, ChristenUnie (de partij van Slob) en SGP een deal met het kabinet waardoor de toeslag overeind bleef.

Het extra geld helpt de school open te houden in kleine gemeenschappen of samen te werken met een andere school. Volgens Slob is dat belangrijk voor de leefbaarheid. ,,Als de school vertrekt, vertrekken vaak ook jonge gezinnen. Dankzij de toeslag kunnen kinderen dichtbij huis naar school blijven gaan.”

Bijscholen

De kleine scholen mogen zelf bepalen hoe ze het geld uitgeven. Soms kiezen ze ervoor om samen te werken met een andere school, bijvoorbeeld voor het geven van muziekles. Maar ze kunnen ook kiezen voor het bijscholen van leraren. Dit jaar is er al 10 miljoen euro beschikbaar, volgend schooljaar wordt dat bedrag structureel verdubbeld.

Scholen krijgen de komende jaren door de krimpende bevolking te maken met een forse daling van het aantal leerlingen. Het aantal kleine scholen kan dus toenemen. Ook zij kunnen dan aanspraak maken op de toeslag, want het is niet zo dat het geld dan wordt uitgesmeerd over meer scholen. De hoogte van de toeslag blijft per school hetzelfde, laat een woordvoerder van het ministerie weten.