Volledig scherm
© ANP

Lagere inkomens extra geraakt door klimaatbeleid

Lagere inkomens worden extra getroffen door de verhoging van de energiebelasting. De koopkrachtontwikkeling die het kabinet op Prinsjesdag presenteerde geeft een vertekend beeld. Dat blijkt uit een toelichting van het Centraal Planbureau (CPB).

De laagste inkomens waren in de koopkrachtsommen met een stijging van 1,0 procent toch al het slechtst af ten opzichte van hogere inkomensgroepen, die er volgens het CPB volgend jaar 1,6 procent in doorsnee op vooruit gaan. De praktijk blijkt echter nog weerbarstiger. 

Oorzaak is de verhoging van de energiebelasting, die er bij lagere inkomens verhoudingsgewijs zwaarder inhakt. Dat komt doordat zij een groter deel van hun inkomen kwijt zijn aan energie, ook al verbruiken zij gemiddeld minder gas en elektriciteit dan beter gefortuneerden. De koopkrachtwinst voor de laagste inkomens komt hierdoor niet op 1,0 maar op 0,8 procent uit, bevestigt het CPB. Andersom geldt dat de hoogste inkomens er in doorsnee juist méér (1,8 procent) op vooruit gaan.

Dat dit verschil niet in de koopkrachttabellen op Prinsjesdag terugkwam, heeft te maken met de wijze van berekening. Het CPB telt de stijgende energiebelasting mee als onderdeel van de algemene prijsstijging (inflatie), waarbij wordt aangenomen dat iedere Nederlander daar in gelijke mate last van heeft. Maar in de praktijk is dat dus niet het geval.

Energiebelasting

Het kabinet verhoogt komend jaar het belastingtarief op aardgas met 3 cent per kubieke meter, terwijl de heffing op elektriciteit met 0,72 cent per kilowattuur omlaag gaat. Tegelijkertijd gaat de energiebelasting voor iedereen omhoog met een vast bedrag van 51 euro. GroenLinks probeerde tijdens de Algemene Beschouwingen deze verhoging van tafel te krijgen omdat die de lage inkomens ‘onevenredig’ zou raken, maar minister-president Mark Rutte bestreed dat en sprak van een ‘keurig beeld’. De meerderheid van de Tweede Kamer stemde vervolgens tegen de motie van Klaver.

Het CPB becijferde eerder dit jaar al dat klimaatbeleid via lastenverzwaringen ervoor zorgt dat de inkomensverschillen tussen lagere en hogere inkomens toenemen. Als de al geplande verhoging van de energiebelasting de komende jaren doorzet, kost dat de 20 procent minst verdienenden 1,2 tot 2,0 procent inkomen, terwijl de rijkste twintig procent 0,4 tot 0,5 procent inlevert. Als het huidige kabinet erin slaagt hier bovenop een klimaatakkoord te sluiten, dreigen de verschillen – mocht compensatie uitblijven - nog groter te worden. 

Bekijk hieronder de belangrijkste punten van de troonrede van Prinsjesdag 2018: