Volledig scherm
2017-12-06 11:25:24 DEN HAAG - Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media (ChristenUnie) in de Tweede Kamer tijdens het debat over de onderwijsbegroting van het nieuwe kabinet. ANP BART MAAT © ANP

Minister roept hulp in van Kamer over verdeling onderwijsachterstandengeld

Het kabinet stelt de beslissing over de verdeling van het geld waarmee gemeenten en scholen onderwijsachterstanden wegwerken nog even uit. Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs wil dat de Tweede Kamer zich uitspreekt over vijf varianten voor hij dit voorjaar een definitieve keus maakt, zo schrijft hij vandaag in een brief.

In het regeerakkoord is afgesproken dat de voorschoolse educatie voor peuters tussen de 2,5 en 4 jaar die risico lopen op een onderwijsachterstand wordt uitgebreid van 10 uur naar 16 uur. Daarom gaat ook het budget omhoog: in 2020 is er jaarlijks 746 miljoen euro beschikbaar.

Daarvan gaat het leeuwendeel, 486 miljoen, naar de gemeenten. Zij beslissen zelf welke kinderen zij uitnodigingen voor de voorschoolse educatie. Zo geeft Amsterdam álle kinderen die dat willen 15 uur per week ‘les’. Scholen krijgen 260 miljoen euro. Nu gaat het een groot deel van het beschikbare geld naar de vier grootste steden en de 33 grootste gemeenten. Dat kan gaan veranderen.

Opleidingsniveau

Het geld voor onderwijsachterstanden – en vooral de verdeling daarvan – is al jaren een heikel punt. Welke kinderen in aanmerking komen voor het geld, werd alleen bepaald op basis van het opleidingsniveau van de ouders. Daarop was veel kritiek, omdat kinderen van ouders uit een ander land die wel hun middelbare schoolopleiding hebben afgemaakt, toch bijvoorbeeld een taalachterstand kunnen hebben.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam vorig jaar zomer met andere criteria om het risico op achterlopen te meten. Daarin wordt naast het opleidingsniveau van de ouders ook het land van herkomst, hoe lang zij in Nederland zijn en of het gezin in schuldsanering zit meegenomen. Die nieuwe indicator is onomstreden, maar de manier waarop het geld vervolgens moet worden verdeeld, is dat niet. Daarvoor moet eerst worden beslist hoe groot de groep kinderen moet zijn, die met het geld worden geholpen.

Scenario’s

Slob schetst in zijn brief 5 scenario’s, waarbij bijvoorbeeld wordt gekozen voor kinderen met de grootste risico’s op een achterstand, om kinderen met een kleine kans daarop ook mee te tellen of op het zo groot mogelijk maken van de groep kinderen die profiteren van het geld. Ook is er een optie waarbij de grootste gemeenten meer aandacht krijgen. In dat laatste scenario zouden de vier grote steden extra budget krijgen. Ook in het scenario dat er vooral gekeken wordt naar de kinderen die het grootste risico lopen op een onderwijsachterstand, komt er voor de G4 extra geld beschikbaar ten opzichte van het geld dat zij in 2018 krijgen.