Volledig scherm
Minister Ank Bijleveld (Defensie) tijdens het debat in de Tweede Kamer over het Nederlands bombardement in Irak, begin november. © ANP/Bart Maat

Pas volgende week duidelijkheid wie wat wist rond burgerdoden Irak

De brief waarin minister Ank Bijleveld van Defensie duidelijkheid moet geven wie wat wanneer wist rond de Nederlandse aanval in Irak waarbij burgerdoden vielen, wordt wederom uitgesteld. De brief gaat nu pas begin volgende week naar de Tweede Kamer. 

De Kamer wil weten of premier Mark Rutte en andere ministers in 2015 wisten dat een Nederlands bombardement onbedoeld veel burgerslachtoffers had gemaakt.

In een uitstelbrief stelt Bijleveld dat de ‘gecompliceerde ICT- structuur’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor vertraging zorgt. ,,Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder benoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd”, schrijft Bijleveld aan de Kamer. Ook stelt ze dat er al ‘goede vorderingen’ zijn gemaakt. Eerder schreef Elsevier nog dat de definitieve versie van een Amerikaans rapport na het fatale bombardement zoek was.

Feitenrelaas

Vorige week kregen Kamerleden ook twee brieven over het uitgebreide feitenrelaas, waar in politiek Den Haag reikhalzend wordt uitgekeken. In de eerste brief stond dat de Kamer daar deze week over zou worden geïnformeerd, in de tweede brief werd dat al uitgesteld naar eind van de week.

Begin deze maand erkende Defensie voor het eerst dat er bij aanvallen van Nederlandse F-16’s tijdens de missie tegen IS op twee plekken in Irak – Hawija en Mosul – burgerslachtoffers zijn gevallen. Bij het bombardement in Hawija vielen op 3 juni 2015 ruim 70 slachtoffers. Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis wist daarvan, maar zei tegen de Kamer dat er ‘voor zover op dit moment bekend’ geen sprake was van Nederlandse betrokkenheid bij burgerdoden. Daarmee heeft zij de Kamer verkeerd geïnformeerd.

Aannemelijk

Tijdens een spoeddebat over de kwestie stelde Bijleveld dat ook de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de hoogte waren van het misgelopen bombardement op een bommenfabriek, waar meer explosieven lagen dan verwacht. In een eerste feitenrelaas schreef zij dat het ‘aannemelijk’ was dat de meest betrokken departementen op de hoogte waren.

Dat leverde in het debat vragen op. Wist premier Mark Rutte van de kwestie? En de PvdA-bewindspersonen die toen op Buitenlandse Zaken zaten, Bert Koenders en Lilianne Ploumen? De drie hebben inmiddels ontkend ervan op de hoogte te zijn geweest of er herinneringen aan te hebben.