Volledig scherm
Minister Arie Slob leest voor op de Jenaplanschool de Oostpoort in Delft. © Marjolein Jense

Waarom de loonkloof in het onderwijs ook na de volgende formatie kan voortduren

Vrijwel iedereen is het er inmiddels over eens: de loonkloof tussen basisschoolleraren en docenten op de middelbare school moet worden gedicht. Ook Onderwijsminister Arie Slob wil van die verschillen af. Toch gebeurt het niet.

Het is een belangrijke eis van de actievoerende basisschoolleraren, die een vergelijkbare hbo-opleiding volgen als hun collega’s op het voortgezet onderwijs maar geen vergelijkbaar salaris krijgen. Daarom vindt Slob dat werkgevers en werknemers één cao voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs moeten maken. Om een einde te maken aan die salarisongelijkheid is wel geld nodig: jaarlijks ongeveer een half miljard euro.

Dat geld trekt Slob er niet voor uit. Wel benadrukt hij keer op keer dat het kabinet de leraren niet met lege handen heeft laten zitten. De basisschooldocenten kregen al twee structurele loonsverhogingen en een aantal eenmalige uitkeringen. Ook kwamen er honderden miljoenen om de werkdruk te kunnen verlichten.

Luister ook naar de podcast Achter het Verhaal over de problemen in het onderwijs:

Prioriteiten

Dat er op dit moment niet nóg meer extra geld voor onderwijs wordt uitgetrokken is per definitie een politieke keuze. Partijen hebben altijd veel wensen, maar die lopen wel flink uiteen. Dus moeten er prioriteiten worden gesteld. ‘Keuzes maken in schaarste’, noemt premier Mark Rutte dat.

Regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie trokken samen op om in de Miljoenennota extra geld voor Defensie en veiligheid los te peuteren. Ook werd de coalitiebrede wens vervuld om de belastingen voor werkenden te verlagen, nadat de lastendruk de afgelopen jaren flink was gestegen. Daarnaast gooiden D66 en CDA hun gewicht in de schaal om opgeteld twee miljard euro te steken in de aanpak van de krappe woningmarkt.

Geen van de regeringspartijen, ook zelfverklaard onderwijspartij D66 niet, maakte bij de afgelopen begrotingsonderhandelingen van onderwijs de absolute topprioriteit. Daardoor kwam er wel extra geld om de lerarensalarissen te laten stijgen – gemiddeld 8,5 procent in 2018 en eind 2019 4,5 procent – maar was dit bedrag verre van toereikend om de loonkloof te dichten.

Bezweringsformule

Tot aan de komende verkiezingen op 17 maart 2021 zal hier zeker geen verandering in komen. Politieke partijen die de kloof willen dichten zullen zich daar bij de volgende formatie hard voor moeten maken. Minister Slob hoopte dat dit dé bezweringsformule voor de onrust in het onderwijs zou zijn: even geduld aub, het volgende kabinet zou heus werk maken van extra onderwijsgeld, kijk maar naar wat de partijen in de Tweede Kamer zeggen. Maar daarmee lieten de leraren zich niet afschepen, getuige de tweedaagse staking van deze week.

Bovendien: niemand kan voor de komende kabinetsperiode garanties geven. Elke euro die extra naar het onderwijs gaat, kan bijvoorbeeld niet aan de zorg worden uitgegeven. Daar wordt óók geschreeuwd om geld. En zo zullen er opnieuw veel keuzes op tafel liggen.