De behandelkamer in een kliniek. Mogelijk komt er straks wettelijk een maximum vergoedingspercentage voor behandelingen door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar geen contract heeft afgesloten.
Volledig scherm
De behandelkamer in een kliniek. Mogelijk komt er straks wettelijk een maximum vergoedingspercentage voor behandelingen door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar geen contract heeft afgesloten. © Dingena Mol

Zorgverleners vrezen einde vrije artsenkeuze door nieuwe zorgwet

Het kabinet komt opnieuw met een voorstel dat feitelijk een afschaffing van de vrije artsenkeuze betekent, beweert een groep zorgverleners in een brandbrief aan de Raad van State. Het kabinetsplan biedt de optie om zorgverzekeraars een maximum op te leggen als zij zorg vergoeden van een aanbieder waarmee ze geen deal hebben.

Quote

Mogelijk straks vergoeding niet-gecontrac­teer­de zorg die lager ligt dan bepaald door Hoge Raad

Iedere verzekerde heeft nu een vrije keuze naar welke zorgverlener hij gaat; afhankelijk van de polis betaalt de verzekeraar de zorg bij de keuze voor een niet-gecontracteerde zorgaanbieder volledig of gedeeltelijk. In dat laatste geval mag de hoogte van de vergoeding mensen niet hinderen bij een keuze voor niet-gecontracteerde zorg. Daarvan is volgens de Hoge Raad geen sprake als de zorgverzekeraar 75 tot 80 procent van het gemiddelde tarief vergoedt.

Vooral in de geestelijke gezondheidszorg en de wijkverpleging maken de laatste jaren steeds meer mensen gebruik van een zorgverlener waarmee de verzekeraar geen deal heeft. Dat steekt het kabinet. Want recent bleek bij de wijkverpleging dat bij zorg zonder deal met de verzekeraar in 2018 het aantal verleende uren hulp per cliënt per maand 2,7 keer zo hoog lag als bij gecontracteerde zorg. En de kosten pakten ongeveer twee keer zo hoog uit als normaal. 

Ontwikkeling keren

Quote

Het ministerie van Volksge­zond­heid spreekt de voorkeur uit voor een variant waarbij de vergoeding een percentage (75 procent of minder) is van de gemiddelde gecontrac­teer­de prijs

Presentatie ministerie van Volksgezondheid

Om die ontwikkeling te keren, lag er de afgelopen maanden een wetsvoorstel bij het adviesorgaan Raad van State. Daarin staat dat - mocht de trend van steeds meer niet-gecontracteerd zorggebruik doorzetten - de vergoeding van zorg zonder deal ‘in bepaalde (deel)sectoren’ kan worden gemaximeerd. Zorgverzekeraars en eerdere uitspraken van rechters spelen dan niet langer een rol bij de hoogte van de vergoeding.

Volgens de Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze (SHVA), die zegt te spreken namens ruim 5000 medische zorgverleners, zet het plan de bijl aan de wortel van de vrije artsenkeuze. De club schrijft aan de Raad van State: ,,Door dit wetsvoorstel goed te keuren, geeft u de zorgverzekeraars de macht om de tarieven van niet-gecontracteerde zorgverleners tot bijvoorbeeld 50 procent te verlagen.”

Het gevolg volgens de SHVA: patiënten krijgen een gepeperde rekening voor hun kiezen en maken voortaan geen gebruik meer van aanbieders zonder contract met de verzekeraar. ,,Voor meer dan 250 aanbieders in ons land betekent dit einde oefening.” Ook zouden de wachtlijsten verder toenemen.

De Stichting verwijst naar eind 2014, toen er een politieke crisis ontstond over de vrije artsenkeuze. De Eerste Kamer weigerde destijds een voorstel van toenmalig zorgminister Schippers (VVD) te aanvaarden waardoor de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg in de toekomst nul euro mocht zijn.  

Niet kostendekkend

Maar daar lijkt hier geen sprake van. In een presentatie over het concept-voorstel, die deze krant bezit, spreekt het ministerie van Volksgezondheid de voorkeur uit voor een variant waarbij ‘de vergoeding een percentage (75 procent of minder) is van de gemiddelde gecontracteerde prijs per zorgverzekeraar’. Al wordt toegegeven dat de beoogde vergoeding ‘niet kostendekkend’ zal zijn. Een deel van de rekening komt bij de verzekerde te liggen. 

Een zegsman van de Raad van State laat weten dat het wetsvoorstel net is teruggestuurd naar het departement met een nog vertrouwelijk advies. Het oordeel wordt openbaar bij publicatie van het kabinetsplan dat vóór het einde van dit jaar naar de Tweede Kamer gaat.