Volledig scherm
John van Loen

De opzet voor de nacompetitie heeft ook nadelen

COLUMN JOHN VAN LOENMet VVZ’49 verspeelden we drie weken geleden in de laatste minuut de titel. De vraag is dan: hoe raap je alles bij elkaar voor de nacompetitie? Dat is moeilijk. In de eerste wedstrijd stonden we na twintig minuten met 0-2 achter tegen OSM’75, dus ik vond het ongelooflijk knap dat we met 4-2 wonnen.

Vorige week versloegen we Jonathan met 1-0. Wij krijgen dan van de tegenstander het verwijt dat we lange ballen spelen, maar ik denk dan: kijk eerst eens naar jezelf.

De nieuwe opzet van de nacompetitie heeft voor- en nadelen. Wij wonnen de eerste twee wedstrijden op eigen veld. Voor de kantineomzet was het geweldig. Er kwamen veel mensen kijken. Daar zaten veel neutrale toeschouwers tussen die lekker hun wedstrijdje uitkiezen. Voor die mensen is het prima, voor de spelers heb ik zo mijn twijfels. Er zijn vakanties gepland en je hebt jongens die in hun examentijd zitten.

Wat mij betreft kan die nacompetitie over twee wedstrijden gaan. Dus: één voorronde en daarna de finale op neutraal terrein. Drie wedstrijden is best veel. Juni is een maand waarin het steeds warmer wordt, spelers zijn moe. Ik denk dat de meeste trainers voorstander zijn van twee wedstrijden. We moeten dan ook terug van drie naar twee periodetitels.

In deze fase zijn er te veel clubs die spelers moeten oplappen, terwijl juist in deze weken iedereen fit genoeg zou moeten zijn om de

nacompetitie te spelen. Want ik vind dat toeschouwers het verdienen om de beste spelers in actie te zien.

Utrecht