Volledig scherm
© Steirische Tourismus GmbH

Eten bij de boer

De tijd dat wij in Oostenrijk allemaal gelukkig werden van een Wiener Schnitzel mit Pommes - 'kijk eens wat een joekel!' - is voorbij. Streekgerechten willen we, producten van de regio, het land proeven én een beetje gezond als het kan. Waar kun je dat beter doen dan bij de boer? Nu de sneeuw is verdwenen, gaat hun Buschenschank eindelijk weer open.

Hoewel je ook in populaire gebieden als Tirol, Salzburgerland en Karin-thië uitstekend bij de boer kunt eten, steekt er één regio met kop en schouders bovenuit: Steiermark. Vooral in het zuiden, tegen de Sloveense grens, staan de boeren bekend om hun culinaire talent. Dat het hier bijna uitsluitend om wijnboeren gaat, helpt natuurlijk ook.

Steiermark is toch al de slow smulregio van Oostenrijk, met behalve goede wijnen van jonge inventieve wijnboeren ook producten zoals het Vulcano Schwein en het Salmtaler Hühn (het tegenovergestelde van etagevarken en plofkip). Topper is de Kürbiskernöl, een olie van pompoenpitten die je gerust dé olijfolie van Oostenrijk mag noemen. Ooit armeluiskost, nu een gewilde smaakmaker voor salades op de boerderij en in Michelin-sterrenrestaurants.

Smelt op je tong

Het was keizer Franz Jozef II die de boeren op 17 augustus 1784 het recht gaf hun eigen producten op de boerderij te verkopen. Later is daar bijgekomen dat ze ook koude gerechten en deegwaren mochten serveren. De regels zijn ondertussen wat versoepeld, waardoor je op tal van plekken niet alleen voortreffelijke wijnen van jonge inventieve wijnboeren kunt proeven, maar daar ook nog eens uitstekend bij kunt eten.

Vooruit, één adres omdat het er zo goed was: Warga Hack in Kitzeck. Hier smelt Steiermark letterlijk op je tong.