Volledig scherm
Een fuut neemt de dreighouding aan, met de kin op het water... © Jacques van der Neut

Futen vechten in de Biesbosch om een territorium

VAN NATUREFuten zijn bijzonder fraaie watervogels en maken drijvende, aan rietstengels verankerde nesten. Stroming maakt nestelen echter onmogelijk. Voor de afsluiting van het Haringvliet kwamen futen in de Biesbosch dan ook niet of nauwelijks tot broeden. Na 1970 verminderde de getijdenwerking aanzienlijk door de Deltawerken en konden futen zich in de waterrijke Biesbosch als broedvogel vestigen.

Futen leggen hun eieren gewoonlijk van maart tot in augustus, in sommige gevallen zelfs in september of oktober. Pas gelegde eieren zijn wit van kleur. Voordat futen het nest verlaten, bedekken zij het legsel iedere keer met rottend plantaardig materiaal waardoor de eieren geleidelijk verkleuren naar roodbruin of bijna zwart.

Volledig scherm
...en dan ontbrandt de strijd. © Jacques van der Neut

Het nest wordt door beide futen in elkaar geflanst. De gracieze watervogels verzamelen in korte tijd een zo groot mogelijke hoeveelheid materiaal, waarbij het goedje in een later stadium wordt gerangschikt. Ook tijdens het broeden zijn beide vogels nog druk in de weer met het aanslepen van materiaal. De meeste nesten bestaan vooral uit doorweekte en rottende plantendelen, waar ook ‘verse’, groene bladeren en rietstengels aan worden toegevoegd. Behalve een grote verscheidenheid aan plantensoorten worden ook heel andere materialen in het nest verwerkt zoals: bagger, lappen, papier, plastic, schelpen, zilverpapier en stukjes hout.

De vormeloze hoop verandert langzamerhand in een min of meer geschikt nest, met in het midden een ondiepe kom voor de eieren. De kom ontstaat doordat de fuut die op het nest zit, het materiaal rondom zichzelf opstapelt. Het platform wordt zowel stevig door trapbewegingen van de brede futenpoten.

Dreighouding

Verderop, vlak voor een groene, drijvende massa algenflap die is ontstaan tijdens de bijzonder warme zomerdagen, zwemmen twee futen in dreighouding. Hier is blijkbaar een meningsverschil over territoriumgrenzen. De vogels liggen langgerekt op het water en glijden beurtelings naar elkaar toe, waarbij de kin het water raakt. Dit ritueel herhaalt zich meerdere keren. De bakkebaarden van beide vogels staan wijduit en de snavel wijst in de richting van de tegenstander. De dreiging wordt intenser, de veren op de rug staan overeind en de vleugels worden gestrekt.

Dan is de boot aan! De futen vliegen elkaar onder luid gekekker in de haren, of beter gezegd, in de veren. De vogels hakken met de puntige snavels op elkaar in en verdwijnen tijdens de strijd af en toe onder water. Vlerken steken nog een beetje boven water. Zodra beide vogels weer boven zijn, gaat het er weer geducht aan toe. Een boog van waterdruppels omlijst de vechtende vogels. Maar dan laten de futen hun geschil voor wat het is en keert de rust op het water terug.

Quote

De meeste futennes­ten bestaan voor al uit doorweekte en rottende plantende­len, papier, plastic, zilverpa­pier en stukjes hout

Meevaren

De paartjes verenigen zich en rond-dobberende jongen stappen weer op de rug van de ouders en varen zo een stukje mee. Als er een klein visje wordt aangevoerd, kijken de donsjongen er reikhalzend naar uit.

Sommige donsballen beschikken nog over de eitand op de snavel, waarmee zij tijdens het uitkomen de eischaal doorboren. Deze piepjonge fuutjes zijn nog maar een paar uur oud. De ouders zijn onvermoeibaar, ze zwemmen af en aan met voer voor hun kroost.

Futen broeden niet uitsluitend in natuurgebieden. Stadsparken en grachten in steden zoals Den Haag, Leiden, Delft, Amsterdam en Dordrecht vormen tevens een prima broedgebied voor deze kleurrijke watervogel. In de stedelijke omgeving beginnen futen zo’n drie tot vier weken eerder met broeden. Zij hebben immers niets te duchten van golfslag, zuiging, scheepvaart of hogere waterstanden waarmee buitendijks broedende futen wel degelijk te maken hebben.

Volledig scherm
Een jong fuutje op de rug van een van de ouders. © Jacques van der Neut

Meeliften op de rug van ouders

Zodra de jonge futen na het uitkomen zijn gedroogd, kunnen zij zwemmen en duiken. Toch zijn zij in dit stadium volkomen afhankelijk van de ouders, omdat zij zelf geen voedsel kunnen vangen. Het bemachtigen van vis en waterinsekten vereist behoorlijk wat vaardigheid, die de jongen nog niet hebben. De jonge vogels zullen al gauw sterven als ze langere tijd in het water doorbrengen. Hun lichaamstemperatuur zakt daar binnen enkele minuten tot een temperatuur die bijna zo laag is als het water zelf. Het donskleed van de pas uitgekomen futen is voor een watervogel opvallend kort en houdt de diertjes niet warm. Om ze warm te houden, dragen de ouders hen op de rug, ook als het nest verlaten is.

Elke ochtend up-to-date met het laatste nieuws uit Dordrecht en omstreken? Schrijf je hier in!