Volledig scherm
De stadsmuur gezien vanuit de lucht. © COR DE KOCK

Stadsmuur Gorinchem is restant van kasteel

De stadsmuur die november 2016 Buiten de Waterpoort werd ontdekt, is een restant van kasteel de Blauwe Toren. Dat stelt bouwhistoricus Hein Hundertmark in zijn rapport ‘Vestingwerk of kasteel?’. Hundertmark deed onderzoek in opdracht van Berry Voet, de exploitant van het nog te bouwen hotel op die locatie.

Hundertmark werd door Voet ingehuurd voor aanvullend bouwhistorisch onderzoek naar de vondst die de archeologen van SOB Research in november vorig jaar deden. De raad eiste via het college van burgemeester en wethouders dat de ontwikkelaar van het hotel verder onderzoek deed om te zien hoe de vondst was in te passen.

De gemeente Gorinchem ging er op dat moment nog vanuit dat de muur een 14e eeuwse stadsmuur zou zijn. Zij heeft inmiddels via opdrachtgever Voet het rapport van Hundertmark ook ontvangen.

,,Deze resultaten beoordelen we nu. Het college neemt daar vervolgens een besluit over’’, aldus een woordvoerster. Ze verwacht dat in november meer bekend wordt.

Hundertmark stelt zijn onderzoek op verzoek van deze krant beschikbaar. ,,Mijn onderzoek is klaar en daarmee te lezen’’, stelt de man die meerdere bouwhistorische onderzoeken op zijn naam heeft staan.

Quote

Deze bevindin­gen stellen de archeologi­sche vondst in een nieuw daglicht

Hein Hundertmark

Kasteelmuur 

Hundertmark: ,,Met het aanvullend bouwhistorisch onderzoek is komen vast te staan dat er geen sprake is van een stuk stadsmuur maar dat het restanten - van zowel de voor- als hoofdburcht - betreffen van een kasteelmuur van het kasteel de Blauwe Toren.’’

Dit concludeert hij onder meer aan de wijze waarop de muur is opgebouwd en het gebruikte materiaal. ,,Deze bevindingen stellen de archeologische vondst in een nieuw daglicht.’’ Hundertmark legt een link tussen de muur en de Willem VI, Philips de Stoute en Margaretha van Oostenrijk, edelen die op een bepaalde moment eigenaar van het kasteel zijn geweest.

De meest ‘wenselijke optie’ voor het behoud van de vondst is volgens hem ‘incorporatie in de geplande nieuwbouw waarbij sprake is van een geacclimatiseerde bewaarsituatie, die tevens een conserverende werking heeft’. Hij verwijst hierbij onder meer naar het UtrechtsArchief waarin op een vergelijkbare manier een deel van de 12e eeuwse resten van de Paulusabdij is verwerkt.

Hundertmark sluit het afdekken van de vondst echter ook niet uit. ,,Dit is gebruikelijk in de archeologische praktijk.’’ Hij verwijst in dit geval naar het Kasteel van de Heren van Arkel. Dat werd na de vondst bij de Dalmsedijk weer onder aarde verborgen. Voet wil nog niet reageren. Hij wacht de reactie van de gemeente af.